Groep 1-2 Theater

Deze korte opdracht komt uit het Project: Samen op weg van Cultuuronderwijs op zijn Haags en is aangepast op het thema van de Kinderboekenweek.

Tijdsindicatie: 15 minuten

In het project Samen op weg wordt het prentenboek ‘Speeltuin’ van Mies van Hout en bijbehorende animatie bekeken en uitgespeeld. Het verhaal gaat over kinderen en een kat die naar de speeltuin gaan. Onderweg komen ze door allemaal verschillende fantasielandschappen. Maar hoe? Door vervoersmiddelen toe te voegen aan het begeleidspel, koppel je het project aan de Kinderboekenweek. Hieronder wordt stap voor stap uitgelegd hoe je dit aanpakt.

Bekijk onderstaande video voor jezelf ter inspiratie. In de video zie je hoe een leraar de theateropdracht uitvoert.

Opdracht: Op weg naar de speeltuin?

Bekijk met de leerlingen de animatie. 

Bespreek na aan de hand van vragen als:

  • Wat zie je?
  • Wat gebeurt er?
  • Hoe zou het ook kunnen?

De kinderen en de kat gaan naar de speeltuin. Onderweg komen ze door allemaal verschillende fantasielandschappen. Zorg voor voldoende ruimte. Laat de leerlingen zich inleven en uitbeelden wat ze in de verschillende landschappen ervaren en meemaken, in een begeleidspel. Laat ze met verschillende vervoersmiddelen door deze fantasie landschappen gaan. Ze lopen bijvoorbeeld door de duinen. Laat de leerlingen uitbeelden hoe ze door de duinen lopen. Hoe loop je door het zand? Is het zand warm of koud? Ze klimmen een duin omhoog, ze moeten uitkijken voor het hoge helmgras en dan roetsjen ze weer naar beneden. Maar ook, hoe fiets, step of rijd je door het zand, water of op het ijs?

Zo kunnen in ieder ‘landschap’ weer nieuwe situaties uitgebeeld worden. Laat de leerlingen ook zelf verzinnen wat ze zouden kunnen doen en vertellen wat voor gevoel ze erbij hebben.
Gebruik de term bevries om het spel even te stoppen en een nieuwe opdracht of vraag te stellen, zoals; Wat als je in een luchtballon zit? Wat als je op schaatsen staat, hoe verplaats je je dan door het landschap? Etc.

Reflectievragen

Vragen die je kunt stellen tijdens of na deze opdracht.

  • Fantaseer jij ook wel eens een avontuur waarin je op reis bent? Vertel eens
  • Wat heb je in je verzonnen avonturen allemaal meegemaakt?
  • Wat is leuker: onderweg zijn of aankomen?