18-06-2026

De magie van samen zingen

“Er gebeurt iets wat je niet kunt grijpen, maar wel voelt”

Je hoeft geen goede zanger te zijn om mee te doen in een koor. Sterker nog: volgens Kjell Wagner, oud-voorzitter van het Residentiekoor, gaat samen zingen juist niet om perfectie. Het gaat om plezier, verbinding en iets beleven wat groter is dan jezelf. En om het ervaren van een stukje schoonheid.

Kjell weet nog goed hoe hij zich voelde toen hij na een ‘koorloze’ periode van acht jaar weer voor het eerst aan een repetitie meedeed. “Na afloop zei ik tegen mijn vrouw: ‘Ik ben acht jaar zo stom geweest!’ Ik besefte dat ik het echt had gemist.”

Dat gevoel hoort hij vaker van mensen die zingen in een koor. “Je bent moe, je hebt een drukke dag gehad, maar tóch ga je naar het koor. En daarna voel je je beter. Je hoofd is leeg, je energie is terug. Dat wonder gebeurt iedere week weer.”

Zingen raakt mensen

Waarom samen zingen zoveel met mensen doet, is moeilijk precies uit te leggen. Volgens Kjell zit er ook iets mystieks in. “Als het goed gaat, word je losgezongen van alles. Dan gebeurt er iets wat je niet kunt grijpen, maar wel voelt.”

Tijdens repetities draait het niet alleen om techniek, maar ook om ontspanning. Zangers leren hun stem ruimte te geven en niet te veel vanuit hun hoofd te sturen. “We leren de stem zijn werk te laten doen,” zegt Kjell. “Als je te veel gaat nadenken, raak je juist de controle kwijt.”

Dat maakt zingen ook toegankelijk. “Iedereen kan leren zingen, is mijn overtuiging. En ook al ben je (nog) niet de beste zanger: in een koor helpen de goede en ervaren zangers de minder goede. Je doet het samen. Zelf mocht ik ook vanaf het begin meedoen, ook aan uitvoeringen. Ik voelde me welkom en ik groeide er langzaam in.”

Volgens Kjell missen mensen zonder koor meer dan alleen muziek. Ze missen ook saamhorigheid, plezier en het gevoel ergens samen naartoe te werken. “Je bouwt met elkaar aan een uitvoering. En je staat in een traditie van eeuwen. Je geeft iets door.”

Samen zingen verbindt

Vroeger was samen zingen veel normaler dan nu. Op scholen werd gezongen, in kerken, bij verenigingen. “Er was meer sociale samenhang,” vertelt Kjell. “Koren waren verbonden aan gemeenschappen. Dat is in de loop der jaren veranderd.”

Hij zag die verandering ook in het onderwijs. “Toen ik begon als leerkracht, werd er in alle klassen gezongen. Nu gebeurt dat nauwelijks meer. Of er wordt een bandje aangezet en dan mogen de kinderen alleen meezingen. Dat vind ik pure armoe.”

Volgens Kjell speelt de prestatiemaatschappij daarin een grote rol. “Zingen is iets geworden waarbij mensen denken dat ze móeten ‘shinen’. Dan zeggen kinderen al snel: dat kan ik niet, dat durf ik niet. Ook volwassenen zijn bang het verkeerd te doen als ze gaan zingen.”

Juist daarom vindt hij samen zingen maatschappelijk belangrijk. In een koor draait het niet om competitie, maar om samen iets moois maken. “De bedelaar staat naast de miljonair. Iedereen doet mee.” Dat ziet hij ook terug bij kinderen en jongeren. “Als een klas samen goed zingt, voelen ze zich meer een groep. Er ontstaat verbinding.”

Die kracht van samen zingen blijft mensen vaak hun hele leven bij. Kjell herinnert zich leerlingen van zijn school die jaren geleden meezongen in uitvoeringen van de Matthäus-Passion, ze schopten het zelfs tot aan het Amsterdamse Concertgebouw. “Nu zijn het volwassen mensen met heel verschillende levens en beroepen. Maar ieder jaar rond Pasen zie ik weer berichtjes op social media voorbijkomen van die leerlingen van toen. Nog steeds hebben ze het erover hoeveel indruk dat samen zingen op hen heeft gemaakt.”

Een nieuwe generatie aan het zingen krijgen

Hoewel de maatschappij van nu vaak individualistisch en prestatiegericht is, heeft Kjell hoop voor het samen zingen in de toekomst. “De mens blijft een groepsdier. We kunnen niet zonder elkaar.” Mede daarom blijft hij zich inzetten voor nieuwe initiatieven zoals Start to Sing, dat in september 2026 voor het eerst ook in Nederland plaatsvindt. Het initiatief wil mensen op een laagdrempelige manier laten ervaren hoe leuk samen zingen is.

Uit eerdere pilots, zoals Zin in zingen in Den Haag, bleek hoe belangrijk het is om je veilig te voelen als je voor het eerst met een koor meedoet. “Mensen vinden zingen spannend. Zorg dus voor een omgeving waarin ze zich welkom voelen en durven mee te doen.” Uit de pilots bleek dat zo’n opzet werkt. De deelnemers zongen uiteindelijk zelfs een best ingewikkelde canon en ontdekten hoeveel plezier dat gaf. “Mensen kwamen echt blij de deur uit.”

Voor de toekomst hoopt Kjell vooral op meer jonge zangers en meer mannen in koren. Maar eigenlijk is iedereen welkom. Zijn boodschap aan twijfelaars is simpel: “Er is niets om je voor te schamen. Probeer het gewoon een keer. Wedden dat je na afloop denkt: dit had ik veel eerder moeten doen?”

En ook aan de koren doet hij een oproep. “Laten we de deuren openzetten voor iedereen. Niet ieder voor zich, niet om te zeggen: kijk ons koor eens. Maar: kom erbij, je bent welkom. Samen kunnen we zorgen dat het plezier gaat rondzingen!”