Wet DBA, VBAR en Zelfstandigenwet
De regels voor zelfstandigen blijven in beweging. Sinds 2025 handhaaft de Belastingdienst de Wet DBA weer en werkt het kabinet aan nieuwe wetgeving. De voorgestelde Wet VBAR en de Zelfstandigenwet moeten meer duidelijkheid geven over de inzet van zelfstandigen en de aanpak van schijnzelfstandigheid.
Waar kijkt de Belastingdienst naar?
Bij de beoordeling van een arbeidsrelatie kijkt de Belastingdienst naar negen gezichtspunten:
- de aard en duur van de werkzaamheden;
- de manier waarop werkzaamheden en werktijden zijn bepaald;
- de mate waarin iemand onderdeel is van de organisatie;
- de verplichting om het werk persoonlijk uit te voeren;
- de manier waarop afspraken tot stand zijn gekomen;
- de manier waarop de beloning is bepaald en uitbetaald;
- de hoogte van de beloning;
- het ondernemers- of commercieel risico;
- de mate waarin iemand zich als ondernemer gedraagt of kan gedragen.
De Belastingdienst beoordeelt deze gezichtspunten niet afzonderlijk, maar weegt ze in samenhang met elkaar.
Handhaving en ondernemerschap
Sinds de hervatte handhaving heeft de Belastingdienst ongeveer 800 bedrijfsbezoeken uitgevoerd. Dat heeft geleid tot 237 boekenonderzoeken. De uitkomsten daarvan zijn niet openbaar.
In april 2026 paste de Belastingdienst de webmodule beoordeling arbeidsrelaties aan. Daarbij kreeg het criterium 'extern ondernemerschap' een prominentere rol. De webmodule sluit daarmee beter aan bij de jurisprudentie van de Hoge Raad, waarin ook ondernemerschap buiten de specifieke opdracht wordt meegewogen bij de beoordeling van een arbeidsrelatie.
VBAR en de Zelfstandigenwet
Het kabinet wil de Wet DBA vervangen door een combinatie van de Wet VBAR en de Zelfstandigenwet. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:
- zelfstandigen blijven gewenst op de arbeidsmarkt;
- er moet meer duidelijkheid komen voor zelfstandigen en opdrachtgevers;
- schijnzelfstandigheid wordt aangepakt;
- er moet ruimte zijn voor maatwerk per sector.
Het onderdeel 'rechtsvermoeden van werknemerschap' uit de Wet VBAR blijft behouden. Onderdelen uit de Zelfstandigenwet vervangen de wegingsfactoren uit dat wetsvoorstel.
Rechtsvermoeden van werknemerschap
Het rechtsvermoeden van werknemerschap is bedoeld voor werkenden met lage tarieven die van mening zijn dat hun situatie feitelijk werknemerschap betreft.
Daarbij geldt een ondergrens van € 38 per uur. Wanneer een zelfstandige zich op dit rechtsvermoeden beroept, moet de opdrachtgever aantonen dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.
De Zelfstandigenwet
De Zelfstandigenwet introduceert een wegingskader met drie onderdelen:
Zelfstandigentoets
De zelfstandigentoets kijkt naar kenmerken van ondernemerschap, zoals:
- acquisitie;
- meerdere opdrachtgevers;
- inschrijving bij de Kamer van Koophandel;
- een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering;
- ander gedrag dat past bij ondernemerschap.
Werkrelatietoets
De werkrelatietoets kijkt naar de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Daarbij speelt onder meer de mate van zelfstandigheid bij het uitvoeren van werkzaamheden een rol.
Sectorale toets
De sectorale toets biedt ruimte voor sectorspecifieke afspraken die aansluiten bij de praktijk. Sectoren met meer risico op schijnzelfstandigheid kunnen extra waarborgen krijgen.
Wat is er bekend over 2026?
Op dit moment (juni 2026) geldt nog geen directe wetswijziging. De voorstellen moeten nog worden uitgewerkt en aangenomen.
Wel worden de volgende aandachtspunten genoemd:
- onderscheid maken tussen projectmatig en structureel werk;
- werken volgens vastgelegd inhuurbeleid;
- werken met een overeenkomst van opdracht per klus;
- zelfstandigheid onderbouwen in opdrachten en in de organisatie van het werk;
- ondernemerschap aantoonbaar maken.