Korte opdracht Kinderboekenweek 2026: Spot aan
Benodigdheden
- (Zak)lamp
- Leeg plakboek/scrapbook
- Papier, teken- en knutselmateriaal
- Kamishibai of zelfgemaakt vertelkastje
- Optioneel voor zelfgemaakt vertelkastje: stevig karton, tape
- Glazen potjes of doosjes voor ieder kind
- Led-theelichtjes
- Vertelstoel of muts
Iedereen heeft vast een lievelingsboek! Welk prentenboek wil jij uitlichten? Vertel erover met het vertelkastje of stop je verhaal in een verhalenpotje.
Tijdsinvestering: een aantal lessen naar wens van ca. 30 minuten
Mijn boek
Laat de leerlingen hun eigen lievelingsboek meenemen of kiezen uit de klas. Begin als leerkracht eerst zelf te vertellen over je eigen lievelingsboek. Maak daarvoor een feestelijke vertelstoel en/of een vertelmuts, waarbij je in het spotlicht staat. Hierna mogen de leerlingen die dat willen vertellen over hun boek. Misschien willen sommige leerlingen het verhaal aan de hand van de afbeeldingen zelf voorlezen of vertellen aan de klas.
Tip: laat tijdens de ochtendinloop ouders die dat willen het lievelingsboek voorlezen aan hun kind. Vergeet hiervoor niet ouders in te lichten (persoonlijk of via het ouderportaal). Wellicht is er zelfs een ouder die het leuk vindt om de hele klas voor te lezen als start van de dag. Dit is een laagdrempelige manier om ouderbetrokkenheid te stimuleren.
Filosofisch gesprek
Bekijk en bespreek de verschillen en overeenkomsten tussen de lievelingsboeken. Voer naar aanleiding van de introductie een filosofisch gesprek. Stel hierbij (een aantal van) onderstaande vragen:
- Vertel jij wel eens een verhaal? Aan wie?
- Heb je wel eens een plaatje in je hoofd?
- Waarom vertellen we verhalen?
- Is er een verschil tussen voorlezen en vertellen?
- Kun je een verhaal vertellen zonder boek? Of zonder woorden?
- Welk personage uit een boek zou jij graag willen zijn?
- Naar welke plek uit een boek zou jij graag heen willen?
Maak een keuze uit onderstaande mogelijkheden:
Verzamelboek
Maak foto's van de lievelingsboeken van de leerlingen. Print deze in het klein uit en plak deze in een verzamelboek. Handig is om deze in een formaat te hebben dat later past in de Kamishibai of het vertelkastje.
Laat de leerlingen bij de foto's tekeningen maken/plakken die over het verhaal en/of de personages gaan. Wellicht kunnen een paar leerlingen al wat woorden schrijven die passen bij hun lievelingsboek. Laat het een product van de leerlingen worden. Leg het verzamelboek op meerdere momenten in de week in de kring, zodat de leerlingen (en ouders) het kunnen bekijken en erbij kunnen tekenen en schrijven. Tip: leg het verzamelboek op een donker plekje in de klas, zodat de leerlingen met een zaklamp in het boek kunnen bladeren.
Vertelkast
Vertel de leerlingen dat er een vertelkastje in de klas komt om het vertellen nog leuker te maken. Gebruik een Kamishibai als deze aanwezig is op school of maak (samen met de leerlingen) een eigen vertelkastje. Verzamel hiervoor stevig karton en bekijk deze uitleg en instructie. Zie ook deze video voor inspiratie.
Gebruik het vertelkastje om het verzamelboek van de leerlingen te tonen. Of je kiest een paar lievelingsboeken om te tonen. Voor de Kamishibai kan je bestaande vertelplaten gebruiken en/of aanschaffen, maar je kan ook de prenten kopiëren op groter formaat. Leuk om bij het vertellen de lichten in de klas uit te doen en een werkelijke spot op het vertelkastje te schijnen.
Verhalen(s)potje
Verzamel glazen potjes met een deksel of doosjes – of vraag de leerlingen om deze van thuis mee te nemen. Leg in elk potje een led-theelichtje.
Bespreek met de leerlingen dat ze vast ook (eigen) verhaaltjes kennen in hun hoofd. De leerlingen mogen zo’n eigen verhaaltje fluisteren in een potje of doosje. Doe voor hoe je een verhaaltje in het potje fluistert. Doe snel de deksel erop en plak er een etiket op. Leg uit dat ze vrijuit een verhaaltje mogen vertellen, omdat niemand het hoort.
Laat de leerlingen hun eigen verhaaltje in hun eigen potje of doosje fluisteren. Help hen met het maken van een etiket. Heeft het verhaal een naam? Of laat ze een tekening over het verhaaltje op het etiket tekenen. Plak de sticker op het potje zodat je straks nog weet welk verhaal erin zit. Zoek een leuke, donkere plek in de klas voor de potjes, waarbij de leerlingen gemakkelijk hun potje kunnen pakken.
Als afsluiting kunnen de leerlingen hun verhaaltjes bevrijden uit het potje en vertellen welk verhaal ze horen.
Ruilbieb
Maak een plek in of buiten de klas waar de leerlingen (en ouders) kunnen ruilen met de lievelingsboeken. Zorg dat alle boeken die uitgeleend mogen worden een label, sticker of ander kenmerk hebben. Bespreek elke dag in de kring wie er een boek heeft geleend en wat ze ervan vonden.