Net als je een spannend verhaal wilt gaan vertellen, blijkt het verdwenen te zijn! Het verhaal is weg!!! Wat nu?! Wie kan helpen het verdwenen verhaal terug te vinden? De leerlingen krijgen de vorm V van Verhalen als eerste aanwijzing. Dat is ook de V van ‘vragen stellen’ en door vragen te stellen zou een nieuw verhaal kunnen ontstaan. In hoog tempo volgen allerlei verhalenopdrachten elkaar op. De leerlingen ontdekken bijvoorbeeld dat bijna elk verhaal over een emotie gaat: verdrietig, boos, blij, nieuwsgierig, enzovoort. Ook bedenken ze verhalen met Google Street View. Ze leren hoe je met een mindmap ideeën kunt bedenken, ontwerpen een ‘verhalendoolhof’ en dansen ‘spijkerschriftdans’.Uiteindelijk leren de leerlingen dat overal verhalen te vinden zijn.
Welkom! Je gaat in de klas werken met het lesmateriaal van Cultuuronderwijs op zijn Haags (COH). Voor je aan de slag gaat leggen we je uit hoe je dit project tot een succes kunt maken.
Samen ontdekken Onze cultuurlessen zijn gebaseerd op de didactiek van procesmatig werken, de leerlingen doorlopen hierbij een creatief proces. Zij worden zich bewuster van zichzelf en hun omgeving, en ontdekken op een speelse manier hun creatieve vermogen. Met als kern dat je als leerkracht samen met de leerlingen beleeft, beschouwt, verbeeldt, bedenkt en maakt.
Houdingsdoelen Bij de introductie, oriëntatie en opdrachten worden kennisdoelen en vaardigheidsdoelen benoemd. Onderstaande houdingsdoelen gelden in het algemeen:
De leerling toont zich nieuwsgierig en proactief.
De leerling kan positief-kritisch reflecteren op eigen werk en op dat van anderen.
Overleg en deel je plannen met de ICC’er of je cultuurcoach.
Wij adviseren je het hele project van tevoren door te lezen om je goed voor te bereiden en de mogelijkheden te ontdekken die het project biedt.
Je kunt het lesmateriaal ook downloaden en printen. Gebruik het digibord voor het beeldmateriaal.
Als richtlijn adviseren wij voor het doorlopen van het creatief proces in het hele project, zes tot acht lesmomenten in te plannen. Alle projecten hebben een introductie, oriëntatie en verschillende opdrachten. Je kunt ervoor kiezen het lesmateriaal naar eigen wens aan te passen.
Iedere opdracht heeft dezelfde opbouw: onderzoeken, uitvoeren en presenteren. De reflectievragen kunnen tijdens en na iedere fase van het creatief proces met de individuele leerling of de hele groep besproken worden.
Nodig eens een kunstenaar in de klas uit. Die kan levendig en beeldend over zijn/haar/diens vak vertellen, aansluitend bij dit project. Het gerelateerde aanbod bij dit project vind je op onze site.
Een bezoek aan een voorstelling, tentoonstelling of vaste collectie in een Haagse culturele instelling is ook van grote meerwaarde. Zie VONK voor het actuele aanbod.
Bedenk ook van tevoren bij welke onderdelen je ouders/verzorgers kunt of wilt inschakelen. Het project gaat meer leven als er ook buiten de klas aandacht voor is.
Maak foto’s of filmpjes van de diverse presentatiemomenten en deel deze via de schoolwebsite, klassenapp of andere kanalen.
Projectspecifieke informatie
Over dit project In dit project met de titel Verdwenen verhaal gaan de leerlingen in de onderzoeksfase op zoek naar antwoorden op vragen als: Wat zijn verhalen? Waar ontstaan verhalen of waar vind je ze? Verhalen vind je in voorwerpen, in vorm en beeld, muziek en dans, in andere kunstuitingen. Verhalen komen vanuit taal en schrift: letters, woorden, zinnen, nieuwe communicatievormen, nep of geheimtaal. Er wordt gezocht naar persoonlijke verhalen, eigen of familieverhalen, wereldverhalen en verhalen over jezelf in de wereld. Voor de uitvoering wordt gewerkt met het vertellen van verhalen in beeld, beweging en geluid. Hoe breng je een verhaal over in taal, muziek, dans, of beeld, en hoe kun je emoties verbeelden? Als het project schoolbreed ingezet wordt, is uitwisseling mogelijk tussen de leerjaren. De opdrachten voor de verschillende leerjaren kunnen dan met elkaar verbonden worden. De titels van de opdrachten zijn daarom ook voor een deel hetzelfde of herkenbaar. Groep 7 kan ook een opdracht doen die beschreven staat bij groep 5.
Praktische aanbevelingen: Tijdens dit project kan de zoektocht spannender gemaakt worden door de leerlingen naast de opdrachten ook ‘hints’ te geven. De eerste hint ligt direct na de introductie al in de klas. In iedere klas zijn twee vormen op de grond gelegd, twee V’s. (de V-vormen zijn als bijlagen te downloaden, printen en uit te knippen) Voor de start van onderzoeksopdrachten kan er bijvoorbeeld een hint op de verzamelmuur staan. de verzamelmuur is een muur die je in de school aanwijst om oplossingen en resultaten op ten toon te stellen. Een eerste hint kan zijn: Wie, wat, waar, wanneer, waarom? Om een verhaal te maken, kun je werken vanuit de 5 W’s. Vijf vragen die je kunt stellen om ingrediënten te verzamelen voor het verzinnen van een verhaal. Of tijdens de verschillende fases in dit project komt bijvoorbeeld de directeur even langs in de klas/stuurt een filmpje/legt een briefje neer of iets anders, met een vraag, opdracht, aanwijzing, verhaaltje. In de weken dat er aan dit project wordt gewerkt kan de verzamelmuur gevuld worden met werk uit alle leerjaren die meedoen, ter inspiratie voor de andere klassen. De ene groep verrast de andere groep met een boodschap of verhaal. NB: Er kan ook gewerkt worden met een plak - en schrijfboek waarin de bevindingen en werk van de leerlingen bewaard worden. Maak in de klas een verhalenvertelplek. Bijvoorbeeld in de vorm van een geknutseld 'kampvuurtje' waar de leerlingen omheen gaan zitten bij het vertellen van verhalen om zo een intieme sfeer te creëren. Andere mogelijkheden zijn een verhalenvertelstoel, een hoek met kussens, of een ander object waar je met de leerlingen omheen kunt zitten.
Doelen Er worden twee hoofddoelen geformuleerd die specifiek zijn voor het hele project. Dit zijn doelen op het gebied van kennis en vaardigheden. Aan het eind van het project worden deze doelen geëvalueerd met behulp van de succescriteria op het gebied van zelfregulering: de leerling kijkt terug en blikt vooruit.
Reflecteren De reflectievragen bij de verschillende fases van het creatief proces kunnen tijdens en na iedere fase met de individuele leerling of de hele groep besproken worden. Zie ook de hand-out: Rollen van de leerkracht.
Taalonderwijs Wil je woorden uit dit project koppelen aan taalonderwijs? Raadpleeg dan de begrippenlijst.
Algemene benodigdheden Maak gedurende het hele project gebruik van de volgende ruimtes en materialen:
klaslokaal of speellokaal
muziekinstallatie en/of digibord
digitaal foto- en filmtoestel
(kleuren)printer
postervellen en stiften voor de leerkracht om aantekeningen op te maken tijdens gesprekken in de klas
2. Introductie
Interdisciplinair werken De interdisciplinaire projecten zijn opgebouwd vanuit de fases van het creatieve proces. Er zijn meerdere onderzoeksopdrachten waaruit je met de leerlingen kunt kiezen, die vervolgens leiden naar passende uitvoeropdrachten. De opdrachtenzijn gericht op taal, beeld, beweging en/of geluid, of een combinatie daarvan. In deze projecten wordt gewerktvanuitverschillende kunstdisciplines.Er wordt een beroep gedaan op het vermogen om buiten de kaders te denken en nieuwe verbindingen te leggen.
Hoofddoel kennis
De leerling legt uit op welke manieren verhalen kunnen ontstaan.
Hoofddoel vaardigheid
De leerling vertelt eigen verhalen vanuit diverse kunstvormen, waaronder taal, muziek, dans, theater en beeldende kunst.
Benodigdheden
bijlagen met V-vormen om te printen en te knippen
een envelop
een leeg boek (dummy)
Aan de slag in de klas
Maak een keuze uit een schoolbrede introductie of een introductie in de klas.
School brede introductie door de directeur Doorloop onderstaande stappen:
Zet van tevoren in het klaslokaal tafels aan de kant en stoelen in een kring.
De leerlingen en leerkrachten komen bij elkaar op een centrale plek in de school.
De directeur vertelt dat hij een belangrijk verhaal wil voorlezen uit een boek of vanaf het digibord/projectie. Bij de start van zijn verhaal blijkt het boek of het beeldscherm leeg te zijn. Oh jee, wat nu? Waar is het verhaal gebleven? Waarom is het verhaal kwijt, wat is er aan de hand, wanneer is dit gebeurd, wie weet het? Weten de leerkrachten hier soms iets van? De leerlingen? Nee? Dan volgt de conclusie: het verhaal is verdwenen!
Jullie gaan samen op zoek naar verhalen. Iedereen mag helpen. Jullie moeten goed opletten, en aanwijzingen verzamelen. De directeur wijst een wand of muur aan waar al het verzamelde materiaal kan worden opgehangen, net als bij een politieonderzoek.
Iedereen gaat terug naar de klas om een plan te verzinnen.
Bij terugkomst in de klas ligt een eerste aanwijzing of hint klaar. In iedere klas zijn twee prints op de grond gelegd: twee vellen met V-vormen (zie bijlage). In iedere klas liggen de V-vormen anders.
De leerlingen ontdekken de vormen en bespreken wat het zou kunnen zijn. Wat zijn dit voor tekens? Is het een boodschap? Is het geheimtaal? Een letter? De V van Verhalen? Geef de vormen samen met de leerlingen een plek in de klas. Ze kunnen in de opdrachten gebruikt worden.
Introductie in de klas door de leerkracht Presenteer in je eigen klas de introductieopdracht ‘Het boek is leeg, waar is het verhaal?’. Leg van te voren de benodigdheden klaar. Een leeg boek, en een envelop met de V-vormen uit de bijlage.
Doorloop onderstaande stappen:
Laat een leeg boek zien en vertel op theatrale wijze dat alle verhalen uit het boek zijn verdwenen. Er is geen letter, kras, afbeelding of alinea over.
Activeer de leerlingen om te onderzoeken wat er is gebeurd. Zoek met de leerlingen naar een manier om het boek weer te vullen.
Geef de leerlingen de eerste hint. Er ligt een grote envelop op tafel met daarin twee vormen: twee V’s, de V van Verhalen. Wat zijn dit voor tekens? Is het een boodschap? Is het magie? Is het geheimtaal? Geef de vormen samen met de leerlingen een plek in de klas. Ze kunnen in de opdrachten gebruikt worden.
Doorloop de vaste oriëntatie-onderdelen: het filosofisch gesprek en het uitvoeren van de oriëntatieopdracht.
Het filosofisch gesprek In de oriëntatiefase van de les voer je naar aanleiding van de introductie een filosofisch gesprek. dit is belangrijk voor het creatieve proces. Je kunt het filosofische gesprek natuurlijk ook tijdens de andere lesonderdelen inzetten. Stel hierbij (een aantal van) onderstaande vragen:
Waar vind je verhalen?
Wie vertellen er verhalen?
Waarom vertellen we verhalen?
Waar vertellen we verhalen?
Andere invalshoek
Als jij een verhaal mag vertellen, hoe doe je dat dan?
Als jij een verhaal moet vertellen, hoe doe je dat dan?
Maakt het uit wat voor verhaal het is?
Over het verdwijnen van verhalen
Kunnen verhalen kwijt raken? Zo ja, hoe dan?
Wat gebeurt er als een verhaal kwijt is?
Is het erg als er verhalen verdwijnen?
Zijn alle verhalen de moeite waard om steeds opnieuw verteld te worden?
Ondersteunende vragen
Kun je dat uitleggen?
Wat bedoel je met…?
Kun je een voorbeeld geven?
Betekent wat je zegt…?
Wat is het verschil tussen …?
Denkt iemand daar anders over?
Doorloop in deze opdracht onderstaande stappen:
Bespreek met de leerlingen of de twee V-vormen een geheime boodschap, hint of aanwijzing zijn. Wanneer is iets geheim, wanneer is het een boodschap? Speel met de betekenis en de vorm van de V. Wat kunnen de leerlingen met elkaar verzinnen? Is het de letter V? Is het een pijl? En is twee keer V een andere letter? Welke woorden kun je hiermee maken? Noteer de bevindingen in woord of beeld.
Laat de leerlingen in het klaslokaal naar de vorm of letter V zoeken in tekeningen, afbeeldingen, materialen, etc.
Maak een V-tafel. Zorg voor V’s in verschillende formaten, kleuren en materialen. Leg ook materialen neer waarmee de leerlingen zelf V’s kunnen samenstellen of uitknippen. Bijvoorbeeld takjes met ijzerdraadjes, aluminiumfolie, stukjes katoen, knuffels.
Maak van een bijzondere stoel of kruk een VV-stoel (verhalenvertelstoel), of gebruik een ‘kampvuurtje’. Wijs de leerlingen erop dat ze gedurende het project een verhaal mogen vertellen als ze op de stoel plaatsnemen.
Succescriterium
Bespreek met de leerlingen de opdracht(en): welke onderwerpen gaan zij onderzoeken de komende les of tijd? Formuleer vanuit het filosofisch gesprek en/of de oriëntatie-opdracht, samen met de leerlingen, een succescriterium waaraan zij werken. Een voorbeeld van een succescriterium bij dit project:
De leerling geeft vorm aan een eigen verhaal over een nieuwe wereld door gebruik te maken van beelden, bewegingen en geluiden.
4. Opdracht: Onderzoeken
Kies samen met de leerlingen welke van de onderstaande onderzoeksopdrachten jullie willen doen, dit mogen ook meerdere opdrachten zijn. Gebruik hiervoor onderstaand overzicht met korte omschrijvingen. De keuze voor de uitvoeropdracht(en) komt als vanzelf voort uit het onderzoek dat je met de leerlingen gedaan hebt.
Vurige verhalen
Street View
Wondere wereld
Spreek jij spijkerschrift?
De leerlingen koppelen emoties aan het vertellen van verhalen.
De leerlingen zoeken het verhaal achter personen, voorwerpen en locaties.
De leerlingen richten de wereld opnieuw in.
De leerlingen bedenken een nieuwe taal aan de hand van de V-vormen.
Subdoel kennis
De leerling legt de functie van verhalen uit.
Subdoel vaardigheid
De leerling onderzoekt manieren waarop je een verhaal kunt vertellen door te werken met emoties, foto’s (google Street View), een mindmap en een nieuwe taal.
Benodigdheden
een vertelplek in de klas, een ‘kampvuurtje’
teken -en schildermaterialen
grote vellen papier
Aan de slag in de klas
Vervolg van de zoektocht naar verhalen Suggesties om de zoektocht spannender te maken:
De directeur, een leerkracht of de conciërge komt regelmatig langs met vragen zoals: Hoe gaat het met de zoektocht? Welke aanwijzingen hebben jullie al gevonden?
Maak een filmpje waarin de directeur een raadsel opgeeft, of een verhaaltje vertelt over diens droom over de zoektocht. Vertoon het filmpje op het digibord.
Laat de klassen onderling uitwisselen wat ze ontdekt hebben of laat ze elkaar vragen stellen.
Plaats op de verzamelmuur een nieuwe aanwijzing: 2 x V = W. De W van wie, wat, waar, wanneer, waarom. Bespreek deze aanwijzing met de leerlingen. Wat heb je nodig voor het vinden van verhalen?
Doorloop de vaste onderdelen binnen elke projectopdracht: onderzoeken, uitvoeren, presenteren en evalueren.
Doorloop in deze opdracht onderstaande stappen:
Bespreek met de leerlingen hoe het was toen het schrift nog niet was uitgevonden. Waarom vertelden mensen elkaar verhalen? Waar en wanneer deden ze dat? Maak voor deze opdracht een vertelplek in de klas met bijvoorbeeld een 'kampvuurtje' in het midden.
De leerkracht leest een deel van het verhaal 'De dag dat het vissen regende' uit het boek Er was misschien eensvan Kamiel De Bruyne. Gebruik hiervoor het digitale inkijkexemplaar. Lees het verhaal voor tot en met de zin 'De druppels waren zo groot als vissen'. Laat de leerlingen een eind verzinnen aan de hand van verschillende emoties, bijvoorbeeld een heel blij, verdrietig of spannend einde.
Lees ook de rest van het verhaal voor. vraag de leerlingen 'Is dit waar of niet waar?' Op pagina 10 en 11 van de pdf staat het antwoord. Bespreek dit met de leerlingen.
Doorloop in deze opdracht onderstaande stappen:
De leerlingen gaan een verhaal bedenken bij mensen die door camera’s van Google zijn gefotografeerd. Bespreek indien nodig wat Google Maps is. Leg vervolgens uit hoe de foto’s worden vastgelegd (zie ook deze video). Mensen worden soms ongemerkt gefotografeerd. Andere mensen weten dit en maken er juist een spelletje van. Ze gebruiken zichzelf en allerlei attributen om op de Street View-foto te komen. Soms mislukt een foto, dan krijg je vreemde beelden.
Bekijk met de leerlingen eenaantalGoogle Street View-afbeeldingen waarinmensen iets bijzonders doen omdat zeweten dat de Street View-camera langskomt.Bekijk de volgende afbeeldingen: afbeelding 1, afbeelding 2, afbeelding 3.
Bespreek met de leerlingen hoe zij graag op een foto zouden willen staan als ze in Google Street View terechtkomen. Alleen of in een groepje? Hoe willen ze gezien worden?
Laat de leerlingen in groepjes een tableau vivant maken van gekke situaties en beelden, met de titel ‘De wie ging op zijn wat naar een waar’. Een tableau vivant is een theatrale manier om een stilstaand beeld te vormen. Houd rekening met de volgende aandachtspunten:
Gebruik voorwerpen, spullen uit de klas én je fantasie: een stoel kan ook een rolstoel zijn, een tafel kan ook een bed zijn, een rietje kan een snorkel zijn. Of laat de leerlingen zelf kleding en voorwerpen meenemen.
Geef aan de leerlingen de vragen wie?, wat?, waar?, wanneer? en waarom? mee.
Geef de groepjes de tijd om verschillende tableaus uit te proberen.
De tableaus worden gepresenteerd aan de klas. De groepjes staan minimaal vijf seconden in een stil beeld. Gebruik een groot doek dat door twee leerlingen omhooggehouden wordt. Daarachter kunnen de spelers klaarstaan. Laat het doek zakken en ziedaar: het tableau.
Maak foto’s van de tableaus voor op de verzamelmuur.
Bespreek de tableaus na. Waarom hebben de groepjes voor dit beeld gekozen? Was het duidelijk wat er werd uitgebeeld? Welk verhaal zien de leerlingen in het tableau?
Variatietip: laat leerlingen uit een ander groepje een kort verhaaltje improviseren en vertellen bij de verschillende tableaus.
Doorloop in deze opdracht onderstaande stappen:
Bekijk het Vimeo-filmpje Pimp my Planet van Studio Smack. Bespreek het filmpje aan de hand van de volgende vragen:
Wat gebeurt er met de wereld als je deze zomaar kunt veranderen?
Welke verhalen ontstaan er als landen en werelddelen een andere plek of vorm krijgen?
Zwemmen er ineens zeeschildpadden in de Noordzee? Is het overal even warm?
Laat de leerlingen in groepjes een mindmap maken waarin hun ideeën over de nieuwgevormde wereld in woord en beeld worden weergegeven. De mindmap bevat uitspraken over de vorm en grootte van de landen of continenten, de natuur, de bewoners, de dieren, het klimaat en de gevolgen van de ingrepen voor de manier van leven.
Laat de groepjes een kort verhaal vertellen over het ontstaan van hun wereld.
Doorloop in deze opdracht onderstaande stappen:
Bespreek de betekenis van de uitdrukking ‘Babylonische spraakverwarring’ aan de hand van de informatie op de site van Historiek. Bedenk samen zoveel mogelijk manieren waarop talen kunnen ontstaan.
Bespreek de eerste vormen van schrift en toon daarbij voorbeelden op site van Wikikids. Laat de leerlingen nadenken over wat de mensen in die tijd zouden bedoelen met het verhaal dat ze uitgehakt hebben.
Gebruik de V-vormen uit de oriëntatieopdracht. In kleine groepjes gaan de leerlingen met de V-vormen verschillende patronen op een rij leggen en hier een betekenis aan geven. Houd rekening met de volgende aandachtspunten:
De groepjes verzinnen een belangrijke boodschap die er zogenaamd staat alsof het geheimtaal is.
De groepjes proberen passende klanken bij de vormen te bedenken en maken een gesproken fantasie-neptaal.
Om er uitleg aan te geven, bedenken ze ook illustrerende bewegingen.
Geef de groepjes voldoende tijd om verschillende manieren uit te proberen.
Laat de groepjes hun nieuwe klanktaal met de bewegingen en emoties aan de anderen zien. Snappen de anderen wat er gezegd wordt? Kunnen de leerlingen een gesprekje naspelen in de nieuwe taal?
Hang een geheime boodschap in de nieuwe taal op de verzamelmuur.
Reflectie subdoelen
Wat wilde je bereiken met het vertellen van jouw verhaal?
Reflectie proces
Op welke manier lukte het jou het beste om een verhaal te bedenken?
5. Opdracht: Uitvoeren
Subdoel kennis
De leerling legt uit hoe plaatsen een rol kunnen spelen bij het verzinnen van verhalen.
Subdoel vaardigheid
De leerling vertelt een eigen verhaal over een nieuwe wereld in de vorm van een verhalendoolhof, een wereldkaart, een bewegingspatroon of een lezing.
verzameling V-vormen in verschillende maten en materialen
Ideeën voor het vervolg van de zoektocht naar verhalen Doorloop onderstaande stappen:
De directeur, een leerkracht of de conciërge ligt ervan wakker dat er nog steeds geen verhalen gevonden zijn. Wie wil er een troostverhaaltje vertellen?
Op de verzamelmuur hangt een nieuwe aanwijzing: de tekst ‘Help! Waar is mijn wie? Je weet wel, die wie die wat ging doen bij waar’.
Zet iets in de gang en plaats er een bordje bij met de tekst ‘Ik ben je verhaal’ of ‘Ik heb niets gevonden’.
Kies samen met de leerlingen welke van onderstaande uitvoeropdrachten jullie willen doen. dit mogen ook meerdere opdrachten zijn. Gebruik hiervoor onderstaand overzicht met korte omschrijvingen.
Verdwalen in verhalen
Wonderlijke Wereld
Van levensbelang
Spijkerschrift dans
De leerlingen leven zich in een verhaal in, en laten anderen op een nieuwe manier verhalen ervaren.
De leerlingen stellen uit bestaande elementen een nieuwe wereld samen.
De leerlingen overleven in het universum, het in binnenste van de aarde, en in de diepzee.
De leerlingen geven betekenis aan vormen door ze om te zetten in klank en beweging.
Doorloop in deze opdracht onderstaande stappen:
Bekijk met de klas het boek Labyrinten van de Franse illustrator Théo Guignard (Clavis, 2016).
De leerlingen verzamelen verhalen of fragmenten van verhalen die ze bijzonder vinden. Of halen ze uit de boeken in de klas.
Ontwerp een eigen ‘verhalendoolhof’, bijvoorbeeld een doolhof in de klas met stoelen, op het schoolplein getekend met stoepkrijt, of gebruik de gangen van de school, het bos of een leegstaand gebouw alsof het een doolhof is. Houd rekening met de volgende aandachtspunten:
Splits de klas in drieën: vertellers, begeleiders en luisteraars.
De vertellers zoeken een plekje in het doolhof. Daar dragen ze fluisterend hun verhalen voor. Ze spelen met verschillende emoties, met intonatie en volume.
Een begeleider neemt een geblinddoekte luisteraar mee het doolhof in. De begeleider vraagt steeds: 'Hier moeten we kiezen, wil je rechtdoor, naar rechts of naar links?' De luisteraar geeft aan wanneer die wil blijven staan om te luisteren naar een verhaaltje.
Wissel van groepen zodat iedereen een keer verteller is geweest.
Laat de leerlingen in groepjes hun ideale wereld vormgeven. Houd rekening met de volgende aandachtspunten:
Maak gebruik van de verhalen en bevindingen uit de onderzoeksfase.
De groepjes vormen met elementen uit de wereldkaart een nieuwe wereldkaart.
Alles kan en mag. Zo kunnen ze andere afbeeldingen uitknippen en erbij plakken of als basis gebruiken.
Laat de leerlingen informatie op hun wereldkaart schrijven of tekenen over wie waar woont, hoe het er ruikt, wat er gebeurt, etc.
Elke leerling uit het groepje schrijft een verhaal over wat er zich afspeelt in de nieuwe wereld. Laat de leerlingen de verhalen aan elkaar vertellen.
Hang de resultaten op de verzamelmuur.
Doorloop in deze opdracht onderstaande stappen:
Bekijk en bespreek het boek en het filmpje van de kunstinstallatie Mijn huis, de rest van de wereld en daarbuiten van Judith Nab. Achtergrondinformatie voor de leerkracht: Judith Nab combineert op een bijzondere en laagdrempelige manier theater, wetenschap, beeldende kunst en filosofie en nodigt iedereen vanaf 8 jaar uit om te fantaseren over wat echt waar zou kunnen zijn als het gaat over het universum, de binnenkant van de aarde en de diepzee.
Laat de leerlingen bedenken wat ze nodig hebben om te kunnen overleven in de ruimte, de binnenkant van de aarde of de diepzee. Een speciaal pak, eten, vrienden?
Laat de leerlingen ontwerpschetsen maken van hun uitvindingen om te kunnen overleven op één van de drie plekken: wat is de functie en hoe ziet het eruit?
Laat de leerlingen een ‘lezing’ over hun uitvindingen geven als professoren van de studies van het universum, binnenste van de aarde of de diepzee. Als professor leggen ze uit wat de functie is van hun uitvinding, hoe je het gebruikt en wat de ervaringen tot nu toe zijn.
Doorloop in deze opdracht onderstaande stappen:
Bekijk en bespreek het Vimeo-filmpje TypoGaga / טיפוגאגא, een project van Maayan Kra Oz waarin letters van het alfabet worden gedanst. De leerkracht geeft geen uitleg. Wat zien de leerlingen erin?
Laat de leerlingen in groepjes met de V-vormen uit de oriëntatieopdracht verschillende patronen op een rij achter elkaar leggen. Houd rekening met onderstaande aandachtspunten:
Maak gebruik van de onderzoeksresultaten. Vanuit deze zinnen of lijnen maken de leerlingen een bewegingspatroon als een dans.
De leerlingen verzinnen er zelf klanken bij. Zij maken deze klanken met hun eigen mond, handen of lichaam, of ze maken gebruik van bestaande muziek.
Geef de leerlingen voldoende tijd om te experimenteren en te oefenen.
De leerlingen presenteren hun spijkerschriftdansen aan elkaar. Zonder uitleg, zonder tekst.
Reflectie subdoelen
Naar welke plek in jouw verhaal zou je graag iemand willen meenemen?
Reflectie proces
Waarin zijn de verhalen in jouw eigen wereld anders dan in de bestaande wereld?
6. Opdracht: Presenteren
Subdoel kennis
De leerling benoemt verschillende manieren van presenteren, waaronder een beeldverhaal, een bewegingsverhaal en een geluidsverhaal.
Subdoel vaardigheid
De leerling presenteert diens eigen verhaal aan publiek in een zelfgekozen presentatievorm.
Slot van de zoektocht naar het verdwenen verhaal Doorloop onderstaande stappen:
Op de verzamelmuur staat: De tijd dringt!
De directeur komt langs of er wordt een filmpje van de directeur vertoond op het digibord. De vraag van de directeur of leerkracht luidt: Hoe gaan we onze bevindingen presenteren? We hebben van alles onderzocht, gevonden, gemaakt. Er zijn hopelijk heel veel verhalen gevonden.
In dit project staat het ontwikkelproces centraal en komt het eindproduct op de tweede plaats. De manier van presenteren staat niet vast, hieronder volgt een aantal suggesties. Er kanookeen presentatievorm ontstaan die niet is omschreven. Luister en kijk naar de kwaliteiten en voorkeuren van de leerlingen en vergeet nietjouw eigen kwaliteitenin te zetten in het proces.
Als dit project schoolbreed wordt uitgevoerd, staan de bevindingen van alle leerjaren centraal en kan er samengewerkt worden tussen de leerjaren.
Een cadeau voor de directeur! De leerlingen hebben een verrassing voor de directeur. Het verhaal was kwijt, maar de leerlingen hebben gezocht, uitgeprobeerd en geoefend. Ze hebben wel 100 verhalen gevonden, want overal zijn verhalen te vinden. Hoe kun je deze nu allemaal vertellen? Heel eenvoudig: in korte presentaties, van bijvoorbeeld één minuut, met de focus op geluid, beweging of beeld. De hele school en de ouders/verzorgers zijn uitgenodigd om te komen kijken naar een van de volgende presentaties:
Zoek met de leerlingen naar een presentatievorm die past bij het gemaakte werk. Denk bijvoorbeeld aan:
een vakantiebeurs waarop leerlingen met mooie verhalen de reizen naar hun nieuwe werelden verkopen;
een presentatievorm waarin de leerlingen vertellen over hun uitvindingen en over wat er gebeurt in de diepzee, het universum of het binnenste van de aarde;
het maken van een nieuwe, wonderlijke wereldatlas;
een fototentoonstelling met de Street View-ensceneringen.
Geef de verhalen zo theatraal mogelijk vorm en zet ze om in illustrerende bewegingen met dansachtige elementen. De bevindingen uit de beeldtaalopdrachten kunnen hierin verwerkt worden.
Hoe mooi en origineel kun jij een verhaal vertellen? Houd een verhalen-vertelfeest. Maak een combinatie van de vurige verhalen rond het kampvuur, de verhalen in spijkerschriftdans en de verhalen in het labyrint.
Presenteer de uitkomsten van de diverse opdrachten naar eigen inzicht.
Reflectie subdoelen
Mag jouw verhaal de wereld in?
Bespreek met je leerlingen het doorlopen proces aan de hand van onderstaande vragen:
Waar vind je verhalen?
Wat heb je nodig om een verhaal te vinden?
Zit er in een verhaal altijd een wie, wat of waar? Hoe komt dat?
Waar zitten verhalen verstopt?
Wat kun je met of in verhalen, wat in het echt niet kan?
Welke opdracht over verhalen vond je het leukst om te doen?
Wat heb je geleerd over verhalen?
Waarop moet je letten als je een verhaal wilt vinden of maken?
Waren de verhalen echt verdwenen of toch niet?
Eindreflectie: zelfregulatie terugkijkend
Welk verhaal uit jouw wereld wil je bewaren voor later?