De meeste leerlingen weten al hoe ze moeten fotograferen en filmen, maar waar die technieken vandaan komen weten ze vaak nog niet. Na dit project weten ze daar alles van. Ze bekijken bijvoorbeeld de eerste foto’s en stille films die in de negentiende eeuw gemaakt werden. Zo leren ze dat foto en film een enorme ontwikkeling hebben doorgemaakt. Natuurlijk mogen ze ook zelf met de camera aan het werk gaan. Ze maken bijvoorbeeld een beeldverhaal met foto’s, en spelen daarbij met de volgorde van de scènes. In de tweede opdracht zetten de leerlingen geluiden en muziek achter een stuk film. Het resultaat kunnen ze eventueel delen op YouTube of een ander platform. In de slotopdracht maken ze dan eindelijk hun eigen film, waarbij ze (eventueel met hulp van ouders of verzorgers) alles verzorgen: van voorbereiding tot première.
Welkom! Je gaat in de klas werken met het lesmateriaal van Cultuuronderwijs op zijn Haags (COH). Voor je aan de slag gaat leggen we je uit hoe je dit project tot een succes kunt maken.
Samen ontdekken Onze cultuurlessen zijn gebaseerd op de didactiek van procesmatig werken, de leerlingen doorlopen hierbij een creatief proces. Zij worden zich bewuster van zichzelf en hun omgeving, en ontdekken op een speelse manier hun creatieve vermogen. Met als kern dat je als leerkracht samen met de leerlingen beleeft, beschouwt, verbeeldt, bedenkt en maakt.
Mediacultuur Bij mediacultuur denken veel mensen aan televisie, radio, podcast, film, games en fotografie. Maar de projecten mediacultuur uit de ladekast zijn veelomvattender. Het gaat ook over digitale toepassingen in de hedendaagse kunst. ‘Media’ is namelijk ook een begrip in de kunst. Het materiaal waarmee een kunstenaar werkt, wordt ook gezien als een medium waarmee de kunstenaar zich kan uitdrukken. Daarbij hoort ook aandacht voor de ontstaansgeschiedenis: vroeger gebruikten kunstenaars namelijk andere media, zoals schilderdoek, filmrollen, radio of boeken. Mediacultuur verbindt daarom nieuwe én oude manieren van maken.
Houdingsdoelen Bij de introductie, oriëntatie en opdrachten worden kennisdoelen en vaardigheidsdoelen benoemd. Onderstaande houdingsdoelen gelden in het algemeen:
De leerling toont zich nieuwsgierig en proactief.
De leerling kan positief-kritisch reflecteren op eigen werk en op dat van anderen.
Overleg en deel je plannen met de ICC’er of je cultuurcoach.
Wij adviseren je het hele project van tevoren door te lezen om je goed voor te bereiden en de mogelijkheden te ontdekken die het project biedt.
Je kunt het lesmateriaal ook downloaden en printen. Gebruik het digibord voor het beeldmateriaal.
Als richtlijn adviseren wij voor het doorlopen van het creatief proces in het hele project, zes tot acht lesmomenten in te plannen. Alle projecten hebben een introductie, oriëntatie en drie opdrachten. Je kunt ervoor kiezen het lesmateriaal naar eigen wens aan te passen.
Iedere opdracht heeft dezelfde opbouw: onderzoeken, uitvoeren en presenteren.
Nodig eens een kunstenaar in de klas uit. Die kan levendig en beeldend over zijn/haar/diens vak vertellen en aansluiten bij dit project. Het gerelateerde aanbod bij dit project vind je op onze site.
Een bezoek aan een voorstelling, tentoonstelling of vaste collectie in een Haagse culturele instelling is ook van grote meerwaarde. Zie VONK voor het actuele aanbod.
Bedenk ook van tevoren bij welke onderdelen je ouders of verzorgers kunt of wilt inschakelen. Het project gaat meer leven als er ook buiten de klas aandacht voor is.
Maak foto’s of filmpjes van de diverse presentatiemomenten en deel deze via de schoolwebsite, klassenapp of andere kanalen.
Projectspecifieke informatie
Over dit project In dit project Digitale verhalen staan fotografie en film centraal. Het project start met het bekijken van de allereerste foto die gemaakt is in 1827, en de eerste film die vijftig jaar later gemaakt werd. Door naar huidig (digitaal) beeldmateriaal te kijken, realiseren de leerlingen zich dat fotografie en film nog niet zo lang bestaan maar wel een enorme ontwikkeling hebben doorgemaakt. Als vervolg hierop maken de leerlingen een collage van een niet-realistische situatie met gebruik van de analoge collagetechniek. Hierna ervaren de leerlingen dat ook met geluid collages gemaakt kunnen worden. Op basis van deze introductie- en oriëntatie-opdrachten gaan de leerlingen in de vervolgopdrachten verhalen maken waarbij een geluidscollage en een film worden gemaakt met verschillende technieken.
Doelen Er worden twee hoofddoelen geformuleerd die specifiek zijn voor het hele project. Dit zijn doelen op het gebied van kennis en vaardigheden. Aan het eind van het project worden deze doelen geëvalueerd met behulp van de succescriteria op het gebied van zelfregulering: de leerling kijkt terug en blikt vooruit.
Reflecteren De reflectievragen bij de verschillende fases van het creatief proces kunnen tijdens en na iedere fase met de individuele leerling of de hele groep besproken worden. Zie ook de hand-out: Rollen van de leerkracht.
Begrippenlijst Nederlandse taal Wil je woorden uit dit project koppelen aan taalonderwijs? Raadpleeg dan de begrippenlijst.
2. Introductie
Hoofddoel kennis
De leerling legt uit dat een film uit verschillende elementen bestaat, zoals het verhaal, geluid en beeld.
Hoofddoel vaardigheid
De leerling past beeld- en geluidscollage toe bij het maken van een eigen film.
Aan de slag in de klas
Maak voor de introductie van het project een keuze uit onderstaande opdrachten.
De eerste foto Bekijk en bespreek de foto van de Franse fotograaf Joseph Nicéphore Niépce die hij in 1827 maakte. Het is de eerste foto die ooit is gemaakt. Nicéphore Niépce nam de foto vanuit het raam van zijn studio. Het duurde acht uur om de foto te nemen. Laat de leerlingen benoemen wat ze zien: de daken, schoorstenen, muren etc. van een stad. Bekijk en bespreek eventueel de Klokhuis-clip Hoe maakten ze vroeger een foto?
De eerste film Zo’n zeventig jaar later ontstonden de eerste films. Bekijk op Wikipedia één van de eerste die zijn gemaakt: de aankomst van een trein op het station van La Ciotat. Deze film werd gemaakt door de gebroeders Lumière.
Vertel dat, toen deze film voor het eerst in een theater werd vertoond, het publiek dacht dat er een echte trein de bioscoop binnenreed en de mensen allemaal geschrokken wegdoken achter hun theaterstoel. Kunnen de leerlingen zich dat voorstellen?
Hoe kan dat nou? Bespreek aan de hand van onderstaande voorbeelden dat de techniek snel vooruitgaat en er in de loop van de jaren steeds meer mogelijk werd en wordt. Bijvoorbeeld deze twee bewerkte video’s waarin gespeeld wordt met verwachtingen van de kijker:
NB: Tegenwoordig zijn de mogelijkheden nog veel groter door AI, denk aan realistische visuele effecten en deepfake-technologie. Als je die met de leerlingen wilt bespreken, vind je bijvoorbeeld meer informatie in de blog van videoproductiebedrijf Van Ei naar Kip: De nieuwste ontwikkelingen van AI in de film en video industrie.
Je favoriete film Houd een klassengesprek over film. Wat zijn de favoriete films van de leerlingen? Laat ze vertellen waarom. Waar kijken ze die films? Zijn ze wel eens naar de bioscoop geweest? Beleven ze een film in de bioscoop anders dan thuis op televisie? Wat is het verschil? Maak zo eventueel een brug naar het filosofisch gesprek.
3. Oriëntatie
Benodigdheden
collage-benodigdheden:
drukwerk met diverse afbeeldingen (bijvoorbeeld oude kranten en tijdschriften)
scharen
lijm
papier
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste oriëntatie-onderdelen: het filosofisch gesprek en het uitvoeren van de eerste opdracht.
Het filosofisch gesprek In de oriëntatiefase van de les voer je naar aanleiding van de introductie een filosofisch gesprek. Dit is belangrijk voor het creatieve proces. Je kunt het filosofisch gesprek natuurlijk ook tijdens de andere lesonderdelen inzetten. Stel hierbij (een aantal van) onderstaande vragen:
Stel je voor dat de fotografie nooit was uitgevonden. Wat zou er dan anders zijn?
En als de film nooit was uitgevonden?
Hoe zullen films er in de toekomst uitzien? Zal er iets veranderen?
Is er iets aan film wat je ‘echt’ kunt noemen? En iets wat je niet ‘echt’ noemt?
En hoe ‘echt’ is een foto? Zijn er verschillen of overeenkomsten met wat je in een film ‘echt’ noemt?
Kan een speelfilm van een waargebeurd verhaal laten zien wat er echt gebeurt?
Maak een keuze uit onderstaande opdrachten:
Knippen en plakken Bekijk en bespreek nogmaals het YouTube-filmpje uit de introductie, van de man die een voetbal schiet. De bal blijft steken tussen de flatgebouwen. Kunnen de leerlingen bedenken hoe dit filmpje is gemaakt? Hier is met monteren (stukken film weglaten, door elkaar gooien) en computertechniek iets dat 'in het echt' niet kan, wel in beeld gebracht.
Beeldcollage
Bekijk een aantal collages van kunstenaars. Bijvoorbeeld van:
Geef de leerlingen de opdracht in tweetallen een collage te maken met verschillende afbeeldingen, gebruik bijvoorbeeld tijdschriften, foto’s, ansichtkaarten en prints van internet. Laat ze daarmee een nieuw, onrealistisch beeld maken. Denk bijvoorbeeld aan een mier die heel groot lijkt ten opzichte van een gebouw, of een man met een banaan als neus en vissen in plaats van vingers.
Geluidscollage Bespreek met de leerlingen dat je ook collages kunt maken van geluid, waarbij verschillende geluids- en of muziekfragmenten geknipt en geplakt worden. Beluister, eerst zonder beeld, de geluidscollage Herrie, beeld- en geluidscollage op Vimeo. Bespreek het na. Wat is er allemaal te horen, welke geluiden zijn er geknipt en geplakt? Speel het fragment eventueel nog een keer af, nu met beeld.
Bekijk en bespreek ook onderstaande filmpjes die bestaan uit een combinatie van beeld- en geluidscollage:
Bespreek met de leerlingen de opdracht(en): welke onderwerpen gaan zij onderzoeken de komende les of tijd? Formuleer vanuit het filosofisch gesprek en/of de oriëntatie-opdracht, samen met de leerlingen, een succescriterium waaraan zij werken. Een voorbeeld van een succescriterium bij dit project:
De leerling speelt met de opbouw van een verhaal, neemt een eigen geluidsdecor op bij bestaande beelden en maakt een eigen film.
4. Opdracht: Wat een verhaal
In deze eerste opdracht staat het maken van een verhaal centraal, met de nadruk op de opbouw van een verhaal. Als voorbeeld wordt daarbij een dagindeling gebruikt. De leerlingen verbeelden gebeurtenissen door te tekenen of fotograferen, en hun beeldmateriaal in een bepaalde volgorde te leggen. Zo ontstaat er een beeldverhaal. Na deze onderzoekopdracht zoeken de leerlingen belangrijke scènes in bestaande verhalen die in hun belevingswereld passen. Met deze scènes maken ze eigen theaterstukjes in de volgorde van het bestaande verhaal, maar ook in vreemde andere volgordes. Deze scènes worden gepresenteerd en nabesproken.
Subdoel kennis
De leerling legt uit dat je nieuwe verhalen kunt laten ontstaan door de chronologie om te draaien en scènes weg te laten of toe te voegen.
Subdoel vaardigheid
De leerling speelt scènes uit een verhaal in verschillende volgordes na.
Benodigdheden
kostuums en rekwisieten
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste onderdelen binnen elke projectopdracht: onderzoeken, uitvoeren, presenteren en reflecteren.
De dag husselen
Bespreek met de leerlingen dat verhalen zijn opgebouwd uit een begin, midden en einde. Elk verhaal heeft een bepaalde volgorde van gebeurtenissen. Vergelijk dit bijvoorbeeld met de dagindeling die leerlingen zelf hebben. Wat doen ze als allereerste op een dag? Wat daarna? En hoe ziet de dagindeling op school eruit? Wat doen ze aan het einde van de dag? Denk aan opstaan, aankleden, eten, fietsen, boodschappen doen, sporten, douchen, dekbed over je heen trekken, gaan slapen, etc. Eigenlijk is een dagindeling te vergelijken met een verhaal: er is een bepaalde volgorde van gebeurtenissen, met een begin, een middenstuk en een einde.
Verdeel de klas in groepjes. Vertel dat ze als onderzoek een handelingencollage gaan maken waardoor er steeds nieuwe verhalen ontstaan. Ieder groepje doorloopt de volgende stappen:
De leerlingen maken tekeningen of foto’s van de belangrijkste gebeurtenissen/ handelingen van een dag. Per groepje maken ze ten minste tien tekeningen of foto’s. Laat hen overleggen en afstemmen wat de belangrijkste handelingen zijn en wie wat tekent of fotografeert.
Ieder groepje legt de tekeningen of foto’s in de juiste volgorde. Waar begint dit dagverhaal mee, wat gebeurt er midden op de dag, waar eindigt het mee?
De leerlingen veranderen de volgorde. Wanneer is het verhaal niet meer te volgen of klopt het niet meer?
De leerlingen halen nu stukjes uit het verhaal weg. Hoeveel delen kunnen ze weglaten voordat het verhaal niet meer te volgen is?
Idere leerling verzint en tekent of fotografeert een gebeurtenis of handeling, die aan het verhaal kan worden toegevoegd. Deze gebeurtenis hoeft niet echt te zijn, maar kan het verhaal wel spannender of grappiger maken. Wordt het verhaal nu heel anders?
In scène gezet
Bekijk, lees en bespreek met de leerlingen een voor hen bekend verhaal. Denk bijvoorbeeld aan een verhaaltje uit de taalmethode. Of gebruik een eenvoudige versie van een bekend sprookje, zoals de prentenboeken Roodkapje en Assepoester van Dick Bruna, waar ook filmpjes van zijn gemaakt:
Analyseer met de leerlingen wat het begin van het verhaal, wat het middenstuk en wat het einde is.
Vorm groepjes van vijf leerlingen. Bepaal gezamenlijk welke scènes er in het boek te vinden zijn. Bij Roodkapje kan dit bijvoorbeeld zijn:
Moeder vraagt Roodkapje om koekjes naar oma te gaan brengen.
Roodkapje ontmoet de wolf in het bos.
De wolf bezoekt oma en eet haar op.
Roodkapje komt bij het huis van oma en de wolf eet haar op.
De jager komt hen bevrijden uit de buik van de wolf.
Geef elk groepje een scène of laat de leerlingen kiezen.
De leerlingen maken per groepje een rolverdeling en bepalen hoe ze de scène gaan spelen. Zorg voor wat kostuumelementen en rekwisieten. Laat ze eerst hun scene in tableau zetten en daar een foto van maken. Bewaar de foto’s voor de rest van het project. Zie ook Toolbox theater. Geef de leerlingen voldoende tijd om de scène te oefenen.
Alle groepjes presenteren hun scènes, in de juiste volgorde van het verhaal. Vervolgens voeren ze de scènes in een andere volgorde op. Gebruik hiervoor de foto’s van de tableaus en hussel die door elkaar. Bespreek het na. Wat doet dat met het verhaal? Is het nog te begrijpen?
Reflectie subdoelen
Hoe veranderde het verhaal voor jou toen de volgorde anders werd?
Reflectie proces
Is er iets dat je voortaan in een andere volgorde gaat doen?
5. Opdracht: Geluidseffect
De leerlingen leren dat er bij de eerste films nog geen geluid was. De leerkracht bespreekt met de groep welke geluiden of muziek er bij films passen, en welke invloed deze hebben. De leerlingen leren dat een ‘foley artist’ iemand is die geluiden bij een film maakt. Vervolgens gaan de leerlingen zelf geluiden bedenken en maken bij een stuk film. Ze kunnen ook muziek kiezen.
Subdoel kennis
De leerling legt uit wat het effect van geluid is op de beleving van een verhaal.
Subdoel vaardigheid
De leerling maakt een eigen geluidsdecor bij een film over de stad.
Benodigdheden
materialen om verschillende geluiden mee te maken.
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste onderdelen binnen elke projectopdracht: onderzoeken, uitvoeren, presenteren en reflecteren.
Voer onderstaande opdrachten uit of maak een keuze.
Stille film
Bekijk (nogmaals) de film van de gebroeders Lumière. Vertel aan de leerlingen dat er in de begindagen geen geluid was bij een film. In de bioscoop speelde een organist of pianist dan live muziek, om bij de film toch muziek te laten horen. Tussendoor kwamen er korte teksten in beeld. Zo werd een verhaal verteld.
Andere voorbeelden van films zonder gesproken tekst zijn:
Toon nogmaals (een fragment van) één van de films. Laat de leerlingen nu goed luisteren: past het geluid goed bij de film? Wat horen ze?
Bespreek met de leerlingen dat de muziek invloed heeft op hoe we de film beleven. Kunnen de leerlingen films noemen waarvan ze de muziek hebben onthouden? Hoe komt het dat die muziek bleef hangen?
Test en bespreek het effect van muziek aan de hand van de volgende voorbeelden, waarin verschillende muziekcomposities onder steeds dezelfde scène zijn gezet.
Bespreek met de leerlingen dat er aan film niet alleen muziek wordt toegevoegd, maar vaak ook de geluidseffecten. Bekijk en bespreek:
de aflevering Wat kijk je nou? van Schooltv.nl, waarin te zien is hoe de muziek en het geluid van een film door een sounddesigner worden bedacht en gemaakt;
Vertel dat de geluiden bij een film vaak achteraf worden gemaakt. Zelfs het gewone achtergrondgeruis wordt opnieuw toegevoegd, omdat er bij de originele opname op de filmset te veel andere verstorende en niet wenselijke geluiden zijn van bijvoorbeeld de wind, de geluiden van een bouwplaats of vliegveld in de buurt, en ook van de mensen die de film maken, de filmcrew (er kunnen wel enkele tientallen mensen aanwezig zijn). Illustreer dit met afbeeldingen, zoek op internet naar afbeeldingen van filmsetsen filmcrew.
Vertel dat het namaken van allelei soorten geluiden het werk is van de foley artist of Gerauschmacher. Bekijk en bespreek (één van) de volgende voorbeelden:
Extra: Muziek zonder muziek Als extra verdieping of wetenswaardigheid kun je bespreken dat bij een videoclip juist het omgekeerde gebeurt; de muziek wordt niet bij het beeld gezocht, maar andersom; het beeld wordt bij de muziek gemaakt. In een muziekvideo is het geluid belangrijk. Hoe zou het klinken als de muziek niet tegelijk werd afgespeeld, zodat je alleen de geluiden van de filmset hoort? Voorbeelden daarvan zijn:
Bekijk en bespreek met de leerlingen de film 1911 - A Trip Through New York City. Let op! Zet het geluid uit! Wat is er allemaal te zien? Welke geluiden zouden hierbij passen?
Vorm groepjes van drie of vier leerlingen. Geef de leerlingen de opdracht bij (een fragment van) de film een serie geluiden te bedenken en uit te zoeken hoe ze die willen gaan maken. Denk aan:
straat geluiden: mensen die aan het lopen en praten zijn, etc.
auto’s, motors en bussen
pratende acteurs
onverwachte geluiden
Welke voorwerpen kunnen ze bijvoorbeeld gebruiken?
Wijs de leerlingen erop dat het niet realistisch of zo echt mogelijk hoeft te zijn. Het mag ook grappig of absurd zijn. Laat ze experimenteren met de mogelijkheden. Als ze bijvoorbeeld het geluid willen maken van iemand die loopt, kun je dat op veel verschillende manieren nabootsen.
Laat de leerlingen de resultaten van hun experimenten en hun geluiden tonen en uitvoeren bij de film of het filmfragment.
Bespreek met de leerlingen of ze vinden dat er ook muziek moet worden toegevoegd. Dat kan bijvoorbeeld met behulp van de online muziekverzameling Malbert's melodies. De gratis beschikbare muziek is gesorteerd op genre, de muziek is vrij van rechten. Zoek muziekstukjes uit die de leerlingen willen gebruiken en download deze.
Maak een keuze uit onderstaande presentatiemogelijkheden:
Bekijk de film met uitgekozen geluidseffecten en muziekfragmenten. Vraag de leerlingen te vertellen over wat ze precies hebben gedaan, welke keuzes ze hebben gemaakt en waarom.
Organiseer een film-uurtje waarin leerlingen uit andere klassen ook kunnen komen kijken naar wat er gemaakt is. Bespreek de effecten van geluid en muziek met het publiek.
Reflectie subdoelen
Wat was je meest verrassende ontdekking over de geluiden bij een film?
Reflectie proces
Bij welke film of video zou jij nieuwe geluiden willen maken?
6. Opdracht: Onze film
In deze laatste opdracht worden de resultaten uit de eerdere opdrachten gebruikt. De leerlingen leren wat er komt kijken bij het maken van films, en maken hun eigen plan van aanpak. In de uitvoerende fase maken de leerlingen (eventueel met hulp van ouders of verzorgers) een eigen film, in een aantal fases. Als deze klaar is, wordt die als bij een echte première, met rode loper en kinderchampagne, getoond aan publiek.
Subdoel kennis
De leerling legt uit welke stappen er gezet moeten worden om een film te maken.
Subdoel vaardigheid
De leerling maakt in een groep een korte film met eigen geluidseffecten.
Benodigdheden
diverse materialen voor de eindpresentatie
montage-app
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste onderdelen binnen elke projectopdracht: onderzoeken, uitvoeren, presenteren en evalueren.
Gebruik voor deze opdracht de bevindingen en opbrengsten uit de vorige deelopdrachten.
En nu wij
Vertel de leerlingen dat ze een eigen film gaan maken. Bekijk en bespreek een of meerdere van de onderstaande filmpjes:
Bespreek welke beroepen er horen bij het maken van een film, denk aan: acteur, lichttechnicus, cameramensen, geluidstechnicus, regisseur, grimeur, kleding, decorontwerper, etc. Wat heb je nog meer nodig voor het maken van een film?
Maak gezamenlijk een keuze voor het verhaal dat gefilmd gaat worden. Dat kunnen bijvoorbeeld de scenes die de leerlingen bij de eerste opdracht gepresenteerd hebben, of een nieuw verhaal naar keuze, bijvoorbeeld uit de taalmethode
Maak gezamenlijk een plan van aanpak, met drie fases: 1. de voorbereiding; 2. het filmen; en 3. de eindfase met de eventuele montage en het toevoegen van muziek en geluid. Bespreek of jullie één gezamenlijke film gaan maken, of meerdere korte filmpjes in groepjes. Verdeel met elkaar de rollen, deze kunnen tijdens het maken gewisseld worden. Wie willen de acteurs zijn? Wie de filmmakers? Bespreek waar het verhaal zich afspeelt en waar jullie straks gaan filmen. Bijvoorbeeld in het park, of op school. Welke invloed heeft de locatie op het verhaal?
Alles erop en eraan Schakel voor dit onderdeel eventueel de hulp in van de ouders en verzorgers.
Stap 1. De voorbereiding De leerlingen werken in hun groepjes hun scènes verder uit, en repeteren onder leiding van de regisseur. Bekijk en bespreek gezamenlijk het resultaat. Laat leerlingen foto’s maken van de repetitie. De de daarvoor aangewezen leerlingen beslissen wat er nodig is aan kostuums, rekwisieten en decor. Verzamel de benodigdheden. Oefen het geheel nog een keer op de gekozen locatie.
Stap 2. Op de set Vanaf nu heeft iedereen een eigen taak en rol. De leerlingen spreken met elkaar af wat mag en niet. Als in groepjes gewerkt wordt is per groep minimaal nodig:
een regisseur
een camera-operator
acteurs
De acteurs spelen hun scènes, de leerling die de camera bedient (de camera-operator) filmt dit. Dit kan meerdere keren en vanuit verschillende camerastandpunten. De regisseur mag daar over beslissen. Bekijk de stukjes film terug en bespreek met elkaar of iedereen tevreden is met het resultaat, of dat er nog een keer gefilmd moet worden en waar dan op gelet moet worden.
Stap 3. In de montagekamer Monteer de stukjes film. Gebruik hiervoor een passende app. Bepaal welke geluiden en welke muziek bij de film passen. Laat de leerlingen de geluidseffecten maken en neem deze op. Monteer muziek en geluidseffecten onder het filmpje.
Extra verhaaleffecten Maak eventueel meerdere variaties, waarbij de verhaallijn door elkaar gehusseld wordt, er onverwachte wendingen ontstaan, de geluiden vervreemdend werken of de muziek het publiek op het verkeerde been zet.
Rode loper Organiseer een filmmiddag waarbij andere klassen en ouders/verzorgers worden uitgenodigd, compleet met kinderchampagne en rode loper. Laat eventueel de variaties zien en bespreek het effect na met het publiek.
Reflectie subdoelen
Wat was het meest geslaagde beeld- of geluidseffect dat jullie gebruikt hebben in de film?
Bespreek met de leerlingen het doorlopen proces aan de hand van onderstaande vragen:
Wil je vaker filmen en regisseren?
Wat voor soort verhaal zou je dan willen verfilmen?
Zou je het verhaal in de juiste volgorde vertellen of juist door elkaar? Waarom?
Welk beroep zou je willen hebben bij het filmmaken?
Waar was je het meest door verrast?
Eindreflectie: zelfregulatie terugkijkend
Waaraan zien de kijkers jouw ideeën terug in de film?
Eindreflectie: zelfregulatie vooruitkijkend
Welke gebeurtenis uit jouw leven inspireert jou om zelf een film te maken?