Uitvinder zijn. Wie droomt er niet van? In een Haags park verwezenlijkte kunstenaar Jarno Smeets na hard werken ooit zijn grote droom: echt vliegen met zelfgebouwde vleugels. Hij haalde er de pers over de hele wereld mee. Dit voorbeeld volgen de leerlingen door zelf een uitvinding te realiseren. Ze onderzoeken bekende en minder bekende uitvinders van Steve Jobs tot Panamarenko en Ada Lovelace en schrijven een verhaal over zichzelf als uitvinder. Ze bedenken een eigen uitvinding en maken een ontwerpschets. Vervolgens bedenken de leerlingen hoe ze hun uitvindingen wereldkundig kunnen maken. Hoe zorg je ervoor dat jouw vinding net als die van Jarno Smeets door iedereen gezien wordt?
Welkom! Je gaat in de klas werken met het lesmateriaal van Cultuuronderwijs op zijn Haags (COH). Voor je aan de slag gaat leggen we je uit hoe je dit project tot een succes kunt maken.
Samen ontdekken Onze cultuurlessen zijn gebaseerd op de didactiek van procesmatig werken. De leerlingen doorlopen hierbij een creatief proces. Zij worden zich bewuster van zichzelf en hun omgeving en ontdekken op een speelse manier hun creatieve vermogen. Met als kern dat je als leerkracht samen met de leerlingen beleeft, beschouwt, verbeeldt, bedenkt en maakt.
Mediacultuur Bij mediacultuur denken veel mensen aan televisie, radio, podcast, film, games en fotografie. Maar de projecten mediacultuur uit de ladekast zijn veelomvattender. Het gaat ook over digitale toepassingen in de hedendaagse kunst. ‘Media’ is namelijk ook een begrip in de kunst. Het materiaal waarmee een kunstenaar werkt, wordt ook gezien als een medium waarmee de kunstenaar zich kan uitdrukken. Daarbij hoort ook aandacht voor de ontstaansgeschiedenis: vroeger gebruikten kunstenaars namelijk andere media, zoals schilderdoek, filmrollen, radio of boeken. Mediacultuur verbindt daarom nieuwe én oude manieren van maken.
Houdingsdoelen Bij de introductie, oriëntatie en opdrachten worden kennisdoelen en vaardigheidsdoelen benoemd. Onderstaande houdingsdoelen gelden in het algemeen:
De leerling toont zich nieuwsgierig en proactief.
De leerling kan positief-kritisch reflecteren op eigen werk en op dat van anderen.
Overleg en deel je plannen met de ICC’er of je cultuurcoach.
Wij adviseren je het hele project van tevoren door te lezen om je goed voor te bereiden en de mogelijkheden te ontdekken die het project biedt.
Je kunt het lesmateriaal ook downloaden en printen. Gebruik het digibord voor het beeldmateriaal.
Als richtlijn adviseren wij voor het doorlopen van het creatief proces in het hele project, zes tot acht lesmomenten in te plannen. Alle projecten hebben een introductie, oriëntatie en drie opdrachten. Je kunt ervoor kiezen het lesmateriaal naar eigen wens aan te passen.
Iedere opdracht heeft dezelfde opbouw: onderzoeken, uitvoeren en presenteren. De reflectievragen kunnen tijdens en na iedere fase van het creatief proces met de individuele leerling of de hele groep besproken worden.
Nodig eens een Kunstenaar in de klas uit. Die kan levendig en beeldend over zijn/haar/diens vak vertellen en aansluiten bij dit project. Het gerelateerde aanbod bij dit project vind je op onze site.
Een bezoek aan een voorstelling, tentoonstelling of vaste collectie in een Haagse culturele instelling is ook van grote meerwaarde. Zie VONK voor het actuele aanbod.
Bedenk ook van tevoren bij welke onderdelen je ouders of verzorgers kunt of wilt inschakelen. Het project gaat meer leven als er ook buiten de klas aandacht voor is.
Maak foto’s of filmpjes van de diverse presentatiemomenten en deel deze via de schoolwebsite, klassenapp of andere kanalen.
Project specifieke informatie
Over dit project Op een ochtend word je wakker als uitvinder. Je hebt een fantastische uitvinding gedaan. De hele wereld moet ervan weten, want dit is echt groot nieuws! Tijdens het project ‘Hoogvliegers’ vinden de leerlingen zelf iets uit naar aanleiding van de uitvinding van Jarno Smeets: echt vliegen met zelfgebouwde vleugels. Jarno Smeets is de leerlingen voorgegaan en heeft zijn droom al verwezenlijkt. Hij droomde er al lang van om te kunnen vliegen met zelfgebouwde vleugels. Met hard werken, experimenteren, veel geduld, vallen en opstaan en hulp van anderen slaagde hij er uiteindelijk in om te vliegen in het Haagse Westbroekpark.
Doelen Er worden twee hoofddoelen geformuleerd die specifiek zijn voor het hele project. Dit zijn doelen zijn op het gebied van kennis en vaardigheden. Aan het eind van het project worden deze doelen geëvalueerd met behulp van de succescriteria op het gebied van zelfregulering: de leerling kijkt terug en blikt vooruit.
Reflecteren Voor het reflecteren tijdens of na de fases van het creatief proces, zie ook de hand-out: Rollen van de leerkracht.
Algemene benodigdheden Maak gedurende het hele project gebruik van de volgende ruimtes en materialen:
klaslokaal of speellokaal
muziekinstallatie en/of digibord
digitaal foto- en filmtoestel
(kleuren)printer
PC met internetverbinding
Taalonderwijs Wil je woorden uit dit project koppelen aan taalonderwijs? Raadpleeg dan de begrippenlijst.
2. Introductie
Hoofddoel kennis
De leerling legt uit welke fases er aan te pas komen om bij een uitvinding van idee tot realisatie te komen.
Hoofddoel vaardigheid
De leerling werkt een eigen uitvinding uit, maakt een ontwerptekening en bedenkt hoe dit wereldkundig gemaakt kan worden.
Aan de slag in de klas
Je kunt het project op verschillende manieren introduceren. Maak een keuze uit onderstaande mogelijkheden:
Je vleugels uitslaan
Bespreek met de leerlingen dat mensen al eeuwen lang hebben geprobeerd om te vliegen. Ze willen naar de maan, naar Mars of op reis met een vliegtuig of liefst met eigen vleugels. Om dat te bewerkstelligen vinden ze allemaal apparaten uit. Waarom willen mensen dat zo graag? Vliegen met zelfgebouwde vleugels is tot op heden niemand gelukt. Of toch wel?
Vertel het verhaal uit de Griekse mythologie van Icarusof lees het voor. Icarus was de zoon van meesteruitvinder Daedalus. Vader en zoon werden op Kreta gevangen gehouden. Icarus ontsnapte door weg te vliegen met door zijn vader gemaakte vleugels van veren en was. Hij was gewaarschuwd om niet te dicht bij de zon te vliegen, maar Icarus was zo overmoedig dat hij te hoog vloog, zodat de zon de was deed smelten. Icarus viel in zee.
Vertoon (een fragment van) het filmpje over de gebroeders Wright. Zij waren de uitvinders van het eerste echte vliegtuig en maakten daar in 1903 de allereerste vliegtuigvlucht mee.
Bespreek met de leerlingen welke strip- en superhelden zonder hulpmiddelen kunnen vliegen. Hoe doen ze dat? Wat zouden de leerlingen willen uitvinden waarmee ze kunnen vliegen?
3. Oriëntatie
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste oriëntatie-onderdelen: het filosofisch gesprek en het uitvoeren van de eerste opdracht.
Het filosofisch gesprek In de oriëntatiefase van de les voer je naar aanleiding van de introductie een filosofisch gesprek. Dit is belangrijk voor het creatieve proces. Je kunt het filosofisch gesprek natuurlijk ook tijdens de andere lesonderdelen inzetten. Stel hierbij (een aantal van) onderstaande vragen:
Waarom willen mensen vliegen?
Zou jij willen/kunnen vliegen? Waarom?
Waarom bedenken mensen nieuwe dingen?
Is iedereen die iets nieuws bedenkt een uitvinder?
Waarom heet een uitvinder een uitvinder?
Is uitvinden iets wat je kunt leren?
Kan een uitvinder ooit stoppen met uitvinden?
Vleugelvlug
Laat leerlingen die dat willen iets meenemen wat kan vliegen: speelgoedvliegtuigjes, speeldieren, Thunderbirds, Superman, etc. Of laat ze iets opzoeken op internet. Bespreek met de leerlingen de verschillende voorwerpen of voorbeelden die ze hebben meegenomen:
Hoe beweegt het voorwerp zich voort?
Kan het uit zichzelf vliegen?
Welke bewegingen of krachten zijn er nodig om te vliegen? Sluit af met de vraag of mensen met zelfgemaakte vleugels kunnen vliegen.
Bekijk en bespreek dit filmpje over Jarno Smeets (YouTube). De uitvinder Jarno Smeets (alter ego van kunstenaar Floris Kaayk) droomt ervan om te vliegen met zelfgemaakte vleugels. Dat is niet eenvoudig. Hij moet hard werken, veel experimenteren en geduld hebben. Met vallen en opstaan en met hulp van anderen maakt hij zijn vleugels. Het lukt hem uiteindelijk om te vliegen in het Haagse Westbroekpark. Hij wilde zijn uitvinding graag delen met de hele wereld en gebruikt hiervoor sociale media (kleine waarschuwing voor expliciet taalgebruik aan het einde van het fragment).
Succescriterium
Bespreek met de leerlingen de opdracht(en): welke onderwerpen gaan zij onderzoeken de komende les of tijd? Formuleer vanuit het filosofisch gesprek en/of de oriëntatie-opdracht, samen met de leerlingen, een succescriterium waaraan zij werken. Een voorbeeld van een succescriterium bij dit project kan zijn:
De leerling geeft vorm aan een eigen uitvinding, geïnspireerd door een kunstenaar.
4. Opdracht: Hé, een idee!
In deelopdracht 1 bekijken de leerlingen beeldmateriaal van verschillende uitvinders zoals Steve Jobs en de Belgische kunstenaar Panamarenko. Daarna gaan ze zelf aan de slag met het bedenken van nieuwe uitvindingen en schrijven ze een verhaal over zichzelf als uitvinder.
Subdoel kennis
De leerling legt uit hoe je als uitvinder op ideeën komt.
Subdoel vaardigheid
De leerling bedenkt een uitvinding en schrijft daarbij een verhaal over zichzelf als uitvinder.
Benodigdheden
A3-papier (woordwebben)
A3-tekenpapier (niet te dun)
grijze tekenpotloden
zachte kleurpotloden
pastelkrijt
zachte waskrijtjes (of bijvoorbeeld Pandakrijt)
markers
schrijfgerei en schrijfpapier (verhalen), eventueel op de computer verhalen laten schrijven
behangerslijm in potten met deksel + lijmkwasten
scharen
tijdschriften om uit te knippen (sfeerimpressies)
extra attributen bij de presentaties
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste onderdelen binnen elke projectopdracht: onderzoek, uitvoeren, presenteren en evalueren.
Bekijk en bespreek met de leerlingen verschillende uitvinders met hun uitvindingen, zoals:
De Belgische kunstenaar Panamarenko (YouTube) Panamarenko bedenkt van alles wat eigenlijk niet kan. Maar het inspireert anderen. Het filmpje laat al zijn uitvindingen zien. Instapmomenten die interessant zijn voor de leerlingen: 6:56: motoren / 7:47: de ruimte / 10:00: de zee / 11:46: robotica.
Geef de opdracht om in groepjes van drie à vier leerlingen een woordweb te maken met als onderwerp ‘mijn uitvindingen’. Ze schrijven en tekenen wat ze allemaal zouden willen uitvinden. Bijvoorbeeld: kauwgom waar altijd smaak aan blijft zitten, gezonde suiker, een pilletje waarmee je altijd wakker kunt zijn, een knopje waar je op kunt drukken om heel hoog te springen, etc. Laat de leerlingen minimaal tien uitvindingen bedenken.
Bespreek de woordwebben klassikaal en laat de leerlingen deze toelichten.
Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit:
De leerlingen kiezen aan de hand van het woordweb een uitvinding die ze verder willen uitwerken.
Bespreek de keuzes klassikaal en fantaseer samen met de leerlingen wat er zou gebeuren als ze hun keuze echt zouden kunnen uitvinden.
Laat de leerlingen een verhaal schrijven over een ochtend waarop ze wakker worden als uitvinder, met als eerste zin bijvoorbeeld:
Ik lag in bed, werd wakker en ik had de oplossing: …
Ik zat op de fiets en ineens had ik de oplossing voor mijn probleem: …
Ik zat op de wc en plotseling had ik het idee: …
Ik zat in de klas en kreeg opeens een briljant idee: … Wijs de leerlingen erop dat ze:
in de ik-persoon schrijven;
zoveel mogelijk details noemen;
stapje voor stapje werken, zodat ze de lezer rustig meenemen in het verhaal;
schrijven over de gevoelens die spelen.
Voeg een aantal werktekeningen, ontwerpschetsen, doorsneden en sfeerimpressies toe.
De verhalen kunnen op verschillende manieren gepresenteerd worden:
De leerlingen lezen hun verhaal voor de klas voor. Vraag ze hierbij voorwerpen te gebruiken om het verhaal kracht bij te zetten (te illustreren). Bespreek de elementen van het verhaal, met aandacht voor de geloofwaardigheid en het fantasierijke. De leerlingen geven aansluitend feedback.
Een leerling leest het verhaal van iemand anders voor. Hij weet niet van wie. Vervolgens probeert de klas te raden wie de schrijver is. Bespreek met elkaar waarom het verhaal wel of niet goed past bij de leerling.
Maak een leeswand waar de ouders de verhalen van de leerlingen kunnen lezen.
Organiseer een voordracht, waarbij de leerlingen de verhalen aan de ouders voorlezen.
Reflectie subdoelen
Waarom past de uitvinder uit jouw verhaal bij jou?
Reflectie proces
Hoe kom jij op ideeën?
Bespreek met uw leerlingen het doorlopen proces aan de hand van onderstaande vragen:
Welke uitvinding spreekt jou het meeste aan? Licht je antwoord toe.
Welke uitvindingen van je medeleerlingen zouden écht uitgevoerd moeten worden? Waarom?
Bij welk verhaal zijn de ontwerpschetsen belangrijk?
Hoe en waar komt jouw eigen persoon in je uitvinding naar voren?
Welke uitvindingen zijn voor iedereen goed?
Welke uitvindingen zijn slechts goed voor één iemand?
5. Opdracht: Ik ben briljant
Bij deelopdracht 2 maken de leerlingen een ontwerpschets voor de uitvinding die zij in deelopdracht 1 bedacht hebben en werken deze uit tot een prototype.
Subdoel kennis
De leerling legt uit wat een ontwerpschets en een prototype zijn.
Subdoel vaardigheid
De leerling geeft vorm aan een ontwerptekening en prototype met handleiding van een eigen uitvinding.
Benodigdheden
A4- of A3-tekenpapier (niet te dun)
grijze tekenpotloden
zachte kleurpotloden
pastelkrijt
zachte waskrijtjes (of bijvoorbeeld Pandakrijt)
markers
allerlei materiaal om mee te bouwen: stokjes, draadjes, touw, veertjes, papier, karton, kunststof materialen, ijzerdraad, aluminiumfolie, bubbelplastic, etc.
gereedschappen: kniptangen, zagen, hamers, scharen, lijm, plakband en lijmpistolen
schrijfgerei
scharen
tijdschriften om uit te knippen
materiaal voor ‘achterwerk in de kast’ (bijvoorbeeld poppenkast, gordijn)
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste onderdelen binnen elke projectopdracht: onderzoek, uitvoeren, presenteren en evalueren.
Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit:
Bekijk en bespreek via Google werk van beeldend kunstenaar Abu Bakarr Mansaray. Zijn kunstwerken zijn schetsen van niet-bestaande apparaten.
Leg uit wat een ontwerpschets is: een tekening die inzicht geeft in de vorm en werking van de uitvinding. Maten, kleur en materiaal worden beschreven. Eventueel kan een moodboard toegevoegd worden. Geef de leerlingen de opdracht om een ontwerpschets te maken van de in deelopdracht 1 beschreven uitvinding.
Vraag de leerlingen om in duo’s feedback te geven op elkaars onderwerp. Naar aanleiding daarvan passen de leerlingen hun ontwerp eventueel aan.
Elke leerling verzint een naam voor zijn uitvinding.
Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit:
De leerling werkt de ontwerpschets uit tot een prototype. Gebruik uitdagende en verrassende materialen die passen bij de inhoud van het ontwerp. Aan het prototype moet je kunnen zien waarvoor het gebruikt wordt.
De leerling maakt een gebruiksaanwijzing/handleiding met tekst en beeld.
De werkstukken kunnen op verschillende manieren gepresenteerd worden:
Twee-minutenpresentatie Iedere leerling presenteert zijn prototype klassikaal: ‘Ik ben… Dit is mijn uitvinding… Het is briljant omdat…’
Expositie Richt met elkaar een expositie in. Breng daarbij een ordening aan.
Achterwerk in de kast De uitvinding wordt als in het tv-programma Achterwerk in de kast gepresenteerd: in een kast met een gordijntje vertelt elke leerling kort iets over zijn uitvinding. Optie: de leerkracht filmt de presentaties. Dit materiaal is te gebruiken bij deelopdracht 3.
Reflectie subdoelen
Welke verrassingen kwam je tegen toen je je ontwerptekening naar prototype ging omzetten?
Reflectie proces
Aan wie zou je jouw ontwerp willen presenteren?
Bespreek met uw leerlingen het doorlopen proces aan de hand van onderstaande vragen:
Welke uitvinding heeft de meeste indruk op je gemaakt?
Welke uitvinding zou heel goed voor de samenleving zijn?
Met welke uitvinding kun je veel lol hebben?
Wat vind je een goede titel en waarom?
Welke uitvindingen zijn gemakkelijk te combineren (vullen elkaar aan, maken elkaar sterker, zijn van dezelfde soort, lossen hetzelfde probleem op, etc.)
Wat heb je nodig om je uitvinding in het echt te maken?
6. Opdracht: Hier is mijn uitvinding
Tot slot doen de leerlingen in deelopdracht 3 onderzoek naar de diverse mogelijkheden die er zijn om hun werkstukken via sociale media te presenteren en zo hun ideeën met de hele wereld te delen. Zo realiseren de leerlingen hun eigen droom.
Subdoel kennis
De leerling legt uit hoe je verschillende vormen van social media kunt inzetten om een uitvinding wereldkundig te maken.
Subdoel vaardigheid
De leerling geeft vorm aan de presentatie van zijn uitvinding op een zelfgekozen social media platform.
Benodigdheden
werkbladen (Facebook, Twitter, blog, YouTube)
tijdschriften om uit te knippen
scharen
behangerslijm in potten met deksel + lijmkwasten
pasfoto van iedere leerling
foto van uitvinding van leerling
materiaallijst van iedere leerling
schrijfgerei
A4- of A3-tekenpapier (niet te dun)
grijze tekenpotloden
zachte kleurpotloden
pastelkrijt
zachte waskrijtjes (of bijvoorbeeld Pandakrijt)
markers
verfschorten
verf
kwasten
mengbakjes
potten water om kwasten uit te spoelen
materiaal voor ‘achterwerk in de kast’ (bijvoorbeeld poppenkast, gordijn)
Maak van alle ontwerpschetsen, prototypen en leerlingen losse foto’s en print deze uit. (Optie: u kunt in deze opdracht een stap verdergaan door de uitvindingen van de leerlingen echt te publiceren. Zo wordt duidelijk hoe de wereld er daadwerkelijk op reageert. Maakt hiervoor van alle uitvindingen een filmpje. Zie Informatie voor de leerkracht.)
Bekijk en bespreek met het digibord de vier verschillende media waarmee Jarno Smeets zijn uitvinding met de wereld heeft gedeeld: blog, Facebook, Twitter en YouTube.
Kennen de leerlingen de vier media?
Weten ze wat de verschillen zijn tussen de vier media?
Bespreek de voor- en nadelen van de vier media.
De leerling maakt een keuze uit blog, Facebook, Twitter en YouTube om zijn uitvinding met de wereld te delen.
De leerling bedenkt hoe hij via dit medium de wereld over zijn uitvinding wil vertellen. Daarbij gebruikt hij de schets, de foto van zichzelf en de foto van de uitvinding. Laat de leerlingen ook zoeken naar afbeeldingen op internet of in tijdschriften die met hun uitvinding te maken hebben. Let op:
kleuren en materialen die te maken hebben met de uitvinding
technieken
vergelijkbare uitvindingen
een omgeving waar de uitvinding in past (bos, lucht, onder water, sportveld, etc.)
het publiek dat naar je uitvinding kijkt
woorden die bij jouw uitvinding passen Deze materialen hebben ze straks nodig om over hun uitvinding via het medium te delen.
Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit:
Laat de leerlingen voor hun eigen pagina inspiratie opdoen op de diverse social-mediakanalen.
De leerlingen maken een ontwerp voor een social-mediapagina. Gebruik hiervoor het werkblad of een vel papier (minimaal A3-formaat) en de verzamelde afbeeldingen, foto’s en schetsen.
De leerlingen schrijven berichtjes en tekenen of schilderen icoontjes bij de afbeeldingen.
Wilt u testen of de uitvindingen echt ‘viral’ kunnen gaan? Maak dan met de klas een keuze uit de verschillende media en plaats het door de klas uitgekozen materiaal online. Vermeld hierbij dat het om een schoolproject gaat waarbij leerlingen uitvindingen hebben gedaan en dit willen delen met de hele wereld. Voeg toe dat jullie benieuwd zijn hoeveel mensen hierop reageren.
De pagina’s kunnen op dezelfde manieren worden gepresenteerd als bij deelopdracht 2:
tweeminutenpresentatie
‘Achterwerk in de kast’
(online) expositie
Reflectie subdoelen
Welke materialen, technieken en tekst heb je gebruikt om te zorgen dat jouw uitvinding het meest aandacht krijgt van je publiek?
Bespreek met uw leerlingen het doorlopen proces aan de hand van onderstaande vragen:
Blijkt het gekozen medium het beste voor jouw uitvinding te zijn?
Zou je de media alle vier kunnen gebruiken?
Wat zou je bij een ander medium moeten of kunnen veranderen?
Wat is minder goed gelukt?
Welk ontwerp van je klasgenoten vind je het meest geslaagd? Waarom?
Welke media zou je bewust niet gebruiken om je uitvinding onder de aandacht te brengen?
Met welk medium bereik je de meeste mensen? Is dat ook je doel?
Welke zoektermen zou je opgeven voor jouw pagina?
Eindreflectie: zelfregulatie terugkijkend
Welke uitvindingen die je hebt gezien zou je willen combineren tot een nieuw ontwerp?
Eindreflectie: zelfregulatie vooruitkijkend
Wat zou je ervan vinden als je uitvinding viral zou gaan?