Hutten spreken tot de verbeelding. In dit project komen (boom)hutten tot leven op verschillende manieren. De leerlingen maken kennis met het prentenboek De boomhut. Dit internationaal bekende boek van Ronals en Marije Tolman is het vertrekpunt voor allerlei avontuurlijk opdrachten. De leerlingen bedenken geluiden bij de prenten en verzinnen daar zelf weer verhalen bij, zodat er een soort hoorspel ontstaat. Vervolgens bouwen zij een eigen mini-boomhut. Als je zelf mag kiezen, hoe ziet jouw eigen boomhut er dan uit en welke avonturen beleef je er? In de slotopdracht maken de leerlingen daar een eenvoudig en kort stopmotionfilmpje over.
Welkom! Je gaat in de klas werken met het lesmateriaal van Cultuuronderwijs op zijn Haags (COH). Voor je aan de slag gaat leggen we je uit hoe je dit project tot een succes kunt maken.
Samen ontdekken Onze cultuurlessen zijn gebaseerd op de didactiek van procesmatig werken, de leerlingen doorlopen hierbij een creatief proces. Zij worden zich bewuster van zichzelf en hun omgeving, en ontdekken op een speelse manier hun creatieve vermogen. Met als kern dat je als leerkracht samen met de leerlingen beleeft, beschouwt, verbeeldt, bedenkt en maakt.
Mediacultuur Bij mediacultuur denken veel mensen aan televisie, radio, podcast, film, games en fotografie. Maar de projecten mediacultuur uit de Haagse Ladekast zijn veelomvattender. Het gaat ook over digitale toepassingen in de hedendaagse kunst. 'Media' is namelijk ook een begrip in de kunst. Het materiaal waarmee een kunstenaar werkt, wordt ook gezien als een medium waarmee de kunstenaar zich kan uitdrukken. Daar hoort ook aandacht bij voor de ontstaansgeschiedenis: vroeger gebruikten kunstenaars namelijk andere media, zoals schilderdoek, filmrollen, radio of boeken. Mediacultuur verbindt daarom nieuwe én oude manieren van maken.
Houdingsdoelen Bij de introductie, oriëntatie en opdrachten worden kennisdoelen en vaardigheidsdoelen benoemd. Onderstaande houdingsdoelen gelden in het algemeen:
De leerling toont zich nieuwsgierig en proactief.
De leerling kan positief-kritisch reflecteren op eigen werk en op dat van anderen.
Overleg en deel je plannen met de ICC’er of je cultuurcoach.
Wij adviseren je het hele project van tevoren door te lezen om je goed voor te bereiden en de mogelijkheden te ontdekken die het project biedt.
Je kunt het lesmateriaal ook downloaden en printen. Gebruik het digibord voor het beeldmateriaal.
Als richtlijn adviseren wij voor het doorlopen van het creatief proces in het hele project zes tot acht lesmomenten in te plannen. Alle projecten hebben een introductie, oriëntatie en drie opdrachten. Je kunt ervoor kiezen het lesmateriaal naar eigen wens aan te passen.
Iedere opdracht heeft dezelfde opbouw: onderzoeken, uitvoeren en presenteren. De reflectievragen kunnen tijdens en na iedere fase van het creatief proces met de individuele leerling of de hele groep besproken worden.
Nodig eens een kunstenaar in de klas uit. Die kan levendig en beeldend over zijn/haar/diens vak vertellen, aansluitend bij dit project. Het gerelateerde aanbod bij dit project vind je op onze site.
Een bezoek aan een voorstelling, tentoonstelling of vaste collectie in een Haagse culturele instelling is ook van grote meerwaarde. Zie VONK voor het actuele aanbod.
Bedenk ook van tevoren bij welke onderdelen je ouders/verzorgers kunt of wilt inschakelen. Het project gaat meer leven als er ook buiten de klas aandacht voor is.
Maak foto’s of filmpjes van de diverse presentatiemomenten en deel deze via de schoolwebsite, klassenapp of andere kanalen.
Projectspecifieke informatie
Over dit project Hoe kun je illustraties uit een prentenboek tot leven brengen? In het project De boomhut van de leerlijn Mediacultuur staat het gelijknamige prentenboek centraal. Dit met het Gouden Penseel bekroonde boek is inmiddels internationaal bekend. Kunstenaar Ronald Tolman maakte etsen, en zijn dochter Marije Tolman tekende de dieren erin. In de introductie en de oriëntatie van dit project maken de leerlingen een echte hut in de klas. Ze bekijken beeldmateriaal van verschillende boomhutten en natuurlijk het prentenboek.
Doelen Er worden twee hoofddoelen geformuleerd die specifiek zijn voor het hele project. Dit zijn doelen op het gebied van kennis en vaardigheden. Aan het eind van het project worden deze doelen geëvalueerd met behulp van de succescriteria op het gebied van zelfregulering: de leerling kijkt terug en blikt vooruit.
Reflecteren De reflectievragen bij de verschillende fases van het creatief proces kunnen tijdens en na iedere fase met de individuele leerling of de hele groep besproken worden. Zie ook de hand-out: Rollen van de leerkracht.
Taalonderwijs wil je woorden uit dit project koppelen aan taalonderwijs? Raadpleeg dan de begrippenlijst.
Algemene benodigdheden Maak gedurende het hele project gebruik van de volgende ruimtes en materialen:
klaslokaal of speellokaal
muziekinstallatie en/of digibord
digitaal foto- en filmtoestel of smartphone
(kleuren)printer
computer met internetverbinding
prentenboek De boomhut van Marije en Ronald Tolman (Lemniscaat, 2009)
2. Introductie
Hoofddoel kennis
De leerling legt uit hoe je een prentenboeken kunst kunt gebruiken als inspiratiebron voor het vormgeven van een boomhut in geluid en beeld.
Hoofddoel vaardigheid
De leerling geeft vorm aan een eigen boomhut en de verhalen daar omheen.
Benodigdheden
grote doeken om een hut mee te maken
materiaal om de doeken mee op te hangen: bijvoorbeeld ijzerdraad, touw, nietmachine, wasknijpers
Het project gaat van start in een zelfgebouwde hut. De hut blijft bij voorkeur staan zo lang het project duurt.
Hang boven de kring in de klas als een soort dak een groot doek op. Het midden van het doek kan vastgemaakt worden aan het plafond, net als de uiteinden. Of leg de doeken over een aantal hoge objecten. Denk eraan dat de leerlingen in een kring kunnen zitten en dat het digibord nog te zien is.
Bespreek met de leerlingen de verandering in het klaslokaal: wat is het, en wat vinden ze ervan?
Bekijk en bespreek het schilderij van Maud Madsen Twin Beds (Blanked Fort) (2025) Maak met de leerlingen van het dak een hut. Gebruik hiervoor doeken, slingers, lampjes, knuffels, etc. Accentueer de entree met een deur en bijvoorbeeld een deurbel.
Doorloop de vaste oriëntatie-onderdelen: het filosofisch gesprek en het uitvoeren van de eerste opdracht.
Het filosofisch gesprek In de oriëntatiefase van de les voer je naar aanleiding van de introductie een filosofisch gesprek. Dit is belangrijk voor het creatieve proces. Je kunt het filosofisch gesprek natuurlijk ook tijdens de andere lesonderdelen inzetten. Stel hierbij (een aantal van) onderstaande vragen:
Voer naar aanleiding van de introductie een filosofisch gesprek over het thema Identiteit. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van de volgende vragen:
Is een hut anders dan een huis?
Hoe voelt het om in een hut te zitten?
Is er iets dat beter gaat in een huis? Of beter in een hut?
Als je in een hut zit, wat vind je dan fijner: om er samen in te zitten, of alleen?
Waar (op welke plekken) kun je een hut bouwen of maken?
Zijn die hutten verschillend, of zijn ze hetzelfde?
Als je mocht kiezen, zou je dan liever in een huis wonen of in een hut?
Droomboomhutten
Bespreek met de leerlingen dat jullie het gaan hebben over boomhutten. Wat is het verschil tussen de hut in de klas en een boomhut? Wie heeft er wel eens een boomhut gezien? Wat vind je van het idee van een boomhut? Zou je zelf een eigen boomhut willen hebben of maken? Leg uit dat mensen graag fantaseren over boomhutten en er verhalen over bedenken
Bekijk en bespreek de stopmotion De boomhut. Het was de intro van een Ketnet tv-programma in de jaren 90. Geef wat uitleg over wat een stopmotion is.
Bekijk en bespreek ook dit digitale ontwerp van een boomhut. En eventueel een aantal andere voorbeelden van bijzondere boomhutten. Zoek bijvoorbeeld met Google naar 'boomhutten design'.
Welke boomhut spreekt de leerlingen het meeste aan? Waarom?
Extra: Zie voor digitale hutten bijvoorbeeld ook Bobo spelen, ontdek huttenvia de site van Kleuters Digitaal.
Succescriterium
Bespreek met de leerlingen de opdracht(en): welke onderwerpen gaan zij onderzoeken de komende les of tijd? Formuleer vanuit het filosofisch gesprek en/of de oriëntatie-opdracht, samen met de leerlingen, een succescriterium waaraan zij werken. Een voorbeeld van een succescriterium bij dit project:
De leerling geeft vorm aan een eigen boomhut, een geluid en een verbeelding van zichzelf.
4. Opdracht: Klinkende plaatjes
De leerlingen gaan op onderzoek naar geluiden, door buiten en binnen te luisteren naar omgevingsgeluiden en deze uit te spelen in diverse spelvormen. Bij de prenten uit het boek De boomhut verzinnen ze hun eigen verhaaltjes en bedenken hier geluiden bij. Deze geluiden worden vastgelegd, als een begeleidend geluidsbestand bij de prenten. Zo komen de prenten tot leven.
Subdoel kennis
De leerling legt uit dat geluiden en verhaaltjes een extra beleving geven aan een prent.
Subdoel vaardigheid
De leerling maakt met eenvoudige voorwerpen dieren- en natuurgeluiden bij een verhaaltje over een boomhut.
Benodigdheden
voorwerpen waarmee geluiden kunnen worden gemaakt (instrumenten, bekertjes, takjes, etc.)
audio-opnameapparatuur
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste onderdelen binnen elke projectopdracht: onderzoeken, uitvoeren en presenteren.
Wat hoor je als je goed kijkt?
Toon en bespreek nogmaals het prentenboek De boomhut van Ronald en Marije Tolman en blader er samen met de leerlingen doorheen. Of bekijk de prenten op de site van Marije Tolman. Wat zien jullie allemaal? Welke dieren komen erin voor? Welke geluiden zouden er passen bij de prenten?
Onderzoek met de leerlingen in de kring verschillende soorten geluiden bij een aantal prenten uit het boek:
de geluiden van de dieren uit de boomhut: beer, neushoorn, flamingo, pauw, ijsbeer en vogels
natuurgeluiden: bijvoorbeeld water, wind, blaadjes in de bomen en regen. Maak de geluiden met handen, voeten, mond (bodypercussie), voorwerpen uit de klas, muziekinstrumenten, tafels, stoelen, bekertjes, kortom alles wat geluid kan maken.
Ga in een kring staan. Laat een leerling een geluid maken en vraag daarna wat dit geluid voorstelt.
Laat de andere leerlingen het geluid nadoen. Maak een geluid en vraag de leerlingen hetzelfde geluid te maken, maar dan vrolijk, verdrietig of boos.
Laat de leerlingen nu hun ogen dicht doen en maak zelf een geluid (of wijs een leerling aan om dit te doen). De (andere) leerlingen raden wat het geluid is. (welk dieren- of natuurgeluid)
Tips: Ga het schoolplein op of ga de wijk of het park in. Ga zitten en luister goed naar de geluiden die je hoort en benoem ze.
Bekijk ter inspiratie de volgende YouTube-filmpjes over het maken van geluid met je lichaam:
Kies een aantal prenten uit waarop iets opvallends gebeurt. Bedenk samen met de leerlingen korte en eenvoudige verhaaltjes bij de gekozen prenten uit het boek.
De leerlingen bedenken nu passende geluiden bij de verhaaltjes. Welke dieren komen er aan gelopen? Hoe klinkt de wind, het ritselen van de blaadjes in de boom en de regen? en hoe klinkt de nacht?
Vorm groepjes van drie of vier leerlingen en laat ze een prent kiezen. laat één leerling vertellen, de andere leerlingen maken er passende geluiden bij.
Tip: Oefen niet, maar neem gelijk op. De spanningsboog van de leerlingen is beperkt. Vaak gaat het de eerste keer gelijk goed, en voor de leerlingen is het dan lastig om het te herhalen. Bij herhalen kunnen de leerlingen bovendien gaan nadoen wat ze bij anderen zagen, waardoor de spontaniteit verloren gaat.
Klinkende plaatjes
Presenteer de resultaten op een van de volgende manier:
Nodig ouders en verzorgers of een andere klas uit. toon de gekozen prenten op het digibord of met het prentenboek, en speel het opgenomen geluidsbestand af.
Tip: Sluit bij voorkeur het audiomedium aan op het geluid van het digibord, zodat het versterkt wordt (en dus beter hoorbaar)
Laat de groepjes hun verhaaltje met de geluiden 'live' presenteren in de hut.
Maak van de presentatie een filmpje en deel de opnames via bijvoorbeeld de (afgeschermde) internetsite van school.
Reflectie subdoelen
Welk voorwerp dat je gebruikte om geluid te maken gaf het beste dierengeluid?
Reflectie proces
Welke geluiden zou je nog willen toevoegen aan je verhaal?
5. Opdracht: De boom in
De leerlingen gaan hun eigen mini-boomhut maken, geïnspireerd op het prentenboek en op beeldmateriaal van verschillende boomhutten. Zij maken hun boomhut met verschillende (kosteloze) materialen. De leerlingen vertellen over hun werkstuk. Waarom past deze boomhut goed bij hen?
Subdoel kennis
De leerling legt uit hoe je de sfeer, uitstraling en plek van een boomhut kunt vormgeven.
Subdoel vaardigheid
De leerling maakt een model voor een eigen boomhut.
Benodigdheden
divers (kosteloos) materiaal voor de boomhut: karton, hout, touw, scrapmateriaal, papier, klei, blaadjes, takjes, veertjes, rietjes, stro, etc.
sterke papierlijm of houtlijm voor de boomhut (eventueel lijmpistolen)
A4- of A3-tekenpapier (niet te dun)
grijze tekenpotloden
zachte kleurpotloden
pastelkrijt
zachte waskrijtjes (of bijvoorbeeld Pandakrijt)
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste onderdelen binnen elke projectopdracht: onderzoeken, uitvoeren en presenteren
Waar is dat van gemaakt?
Vertel dat de leerlingen hun eigen boomhutten gaan maken, die echt goed bij hen passen. Toon als opfrisser de boomhut uit het prentenboek.
Bespreek verschillen en overeenkomsten tussen de verschillende boomhutten. Let hierbij op:
de plaats van de hut in of bij de boom
het gebruiksgemak
de uitstraling en sfeer van de hut (geheimzinnig, gezellig, lief, etc.)
het materiaal waarvan hij gemaakt is
Extra: Er zijn ook apps waarmee de leerlingen digitaal een hut kunnen maken, bijvoorbeeld Little houses(zie kleutersdigitaal.nl).
Mijn mini-boomhut
De leerlingen gaan een eigen mini-boomhut maken. Bespreek met de leerlingen dat ze mogen bedenken wat ze belangrijk vinden voor hun boomhut. Wat past er goed bij hen? Denk aan: gezellig, stoer, vrolijk, vol natuur, voor jezelf alleen of voor meer personen, enzovoort.
Zorg voor voldoende (rest)materialen, zoals klei, takjes, papier, karton, veertjes, blaadjes, plastic, kranten, doosjes, houtblokken, etc.
Geef de leerlingen de keuze of ze alleen willen werken, of samen met een andere leerling.
Natuurlijk kan er ook als iedereen dat wil een grotere boomhut voor de hele klas gemaakt worden.
Presentatiemogelijkheden:
De leerling vertelt voor de groep over de boomhut. Hoe ziet een dag in de boomhut eruit? Waarom past de boomhut goed bij deze leerling?
Geef de mini-boomhutten een plaatsje in of bij de hut in de klas. De leerlingen bespreken (liggend op de grond) de modellen met elkaar.
Reflectie subdoelen
Aan welk deel van jouw mini-boomhut zie je dat die boomhut bij jou hoort?
Reflectie proces
In welke boomhut zou je wel willen wonen?
6. Opdracht: We komen in beweging
De leerlingen gebruiken wat ze ervaren hebben in de opdrachten en verwerken het in een stop-motionfilmpje. Ze bedenken wat ze daarvoor nodig hebben en gaan vervolgens met hulp van de leerkracht en een app aan de slag.
Subdoel kennis
De leerling legt uit wat stop-motion is.
Subdoel vaardigheid
De leerling geeft vorm aan en geluid in een stop-motionfilmpje.
Benodigdheden
fotocamera of smartphone
stopmotion-app
printer
zachte kleurpotloden
pastelkrijt
zachte waskrijtjes (of bijvoorbeeld Pandakrijt)
verwijderbaar tape
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste onderdelen binnen elke projectopdracht: onderzoeken, uitvoeren en presenteren.
In beweging zetten
Bekijk vooraf het filmpje In 6 stappen een stop-motion filmpje uit de Toolbox Mediacultuur. Vertel dat jullie een stopmotionfilmpje gaan maken. Dat kan op verschillende manieren. Bekijk een aantal voorbeelden:
het stopmotionfilmpje uit de oriëntatieopdracht: De boomhut
Bespreek met elkaar wat je nodig hebt voor het maken van een stopmotionfilmpje. Denk daarbij ook aan wat de leerlingen in dit project allemaal hebben ontdekt, gedaan en gemaakt. Er is een decor of achtergrond nodig. Je kunt daarvoor bijvoorbeeld een digitale afbeelding van de boomhut op het digibord gebruiken. Maar de leerlingen kunnen ook zelf een mooie achtergrond schilderen, zoals een bos. Er zijn voorwerpen nodig, gebruik bijvoorbeeld de zelfgemaakte boomhutten, of andere voorwerpen uit het klaslokaal. En natuurlijk zijn er poppetjes nodig die leerlingen of dieren voorstellen.
Het beweegt me
Maak een keuze: maak één stopmotionfilmpje met de hele klas, of meerder stopmotionfilmpjes in groepjes.
Tip: Als je kiest voor meerder filmpjes, vraag dan ouders en verzorgers om te komen helpen.
Laat de leerlingen van zichzelf of van een gekozen dier een poppetje maken op de schaal van hun zelfgemaakte mini-boomhut. Dat kan met klei, maar kan ook een uitgeknipte foto of tekening op karton zijn. Zorg dat het poppetje zelfstandig blijft staan of maak er een stokpoppetje van. Bij weinig tijd kan er het natuurlijk ook een poppetje uit de speelhoek gebruikt worden
Maak het decor. Zet bijvoorbeeld de achtergrondprent klaar op het digibord, of de zelfgeschilderde achtergrond op een tafel. Bedek de tafel met een gekleurde doek. Of gebruik de klassenhut als decor.
Als het stopmotionfilmpje klaar is, laat de leerlingen daar dan hun zelfgemaakte geluiden aan toevoegen.
Bekijk gezamelijk de stopmotionfilmpjes en bespreek ze na. Het is leuk om daar ouders/verzorgers bij uit te nodigen.
Plaats de filmpjes op de schoolwebsite.
Reflectie subdoelen
Zou je vaker een stopmotionfilmpje willen maken?
Eindreflectie: zelfregulatie terugkijkend
Wat zou je nog willen toevoegen aan jouw eigen boomhut?
Eindreflectie: zelfregulatie vooruitkijkend
Welk ander prentenboek zou je willen gebruiken als inspiratie voor het ontwerpen van een nieuwe plek om te wonen?