Leerlingen groeien op met het delen van informatie. Toch is en blijft privacy belangrijk. Wat is privacy eigenlijk? Wat wil je van jezelf delen en wat blijft privé? Hoe hebben kunstenaars het onderwerp privacy opgepakt? Hoe ga je er zelf in de praktijk mee om? De leerlingen onderzoeken deze vragen in de verschillende deelopdrachten. Een hoofdrol is daarbij weggelegd voor drones. Deze onbemande vliegtuigjes krijgen steeds meer toepassingen. Maar ze raken ook aan onze privacy bijvoorbeeld omdat nu bijna overal gefilmd kan worden. De leerlingen bedenken zelf een toepassing voor een drone en werken deze stapsgewijs uit tot een prototype. Plezier in nieuwe techniek gaat in dit project samen met het serieus nadenken over de gevolgen ervan.
Welkom! Je gaat in de klas werken met het lesmateriaal van Cultuuronderwijs op zijn Haags (COH). Voor je aan de slag gaat leggen we je uit hoe je dit project tot een succes kunt maken.
Samen ontdekken Onze cultuurlessen zijn gebaseerd op de didactiek van procesmatig werken, de leerlingen doorlopen hierbij een creatief proces. Zij worden zich bewuster van zichzelf en, hun omgeving en ontdekken op een speelse manier hun creatieve vermogen. Met als kern dat je als leerkracht samen met de leerlingen beleeft, beschouwt, verbeeldt, bedenkt en maakt.
Mediacultuur
Bij mediacultuur denken veel mensen aan televisie, radio, podcast, film, games en fotografie. Maar de projecten mediacultuur uit de ladekast zijn veelomvattender. Het gaat ook over digitale toepassingen in de hedendaagse kunst. ‘Media’ is namelijk ook een begrip in de kunst. Het materiaal waarmee een kunstenaar werkt, wordt ook gezien als een medium waarmee de kunstenaar zich kan uitdrukken. Daar hoort ook aandacht bij voor de ontstaansgeschiedenis: vroeger gebruikten kunstenaars namelijk andere media, zoals schilderdoek, filmrollen, radio of boeken. Mediacultuur verbindt daarom nieuwe én oude manieren van maken.
Houdingsdoelen Bij de introductie, oriëntatie en opdrachten worden kennisdoelen en vaardigheidsdoelen benoemd. Onderstaande houdingsdoelen gelden in het algemeen:
De leerling toont zich nieuwsgierig en proactief.
De leerling kan positief-kritisch reflecteren op eigen werk en op dat van anderen.
Overleg en deel je plannen met de ICC’er of je cultuurcoach.
Wij adviseren je het hele project van tevoren door te lezen om je goed voor te bereiden en de mogelijkheden te ontdekken die het project biedt.
Je kunt het lesmateriaal ook downloaden en printen. Gebruik het digibord voor het beeldmateriaal.
Als richtlijn adviseren wij voor het doorlopen van het creatief proces in het hele project, zes tot acht lesmomenten in te plannen. Alle projecten hebben een introductie, oriëntatie en drie opdrachten. Je kunt ervoor kiezen het lesmateriaal naar eigen wens aan te passen.
Iedere opdracht heeft dezelfde opbouw: onderzoeken, uitvoeren en presenteren. De reflectievragen kunnen tijdens en na iedere fase van het creatief proces met de individuele leerling of de hele groep besproken worden.
Nodig eens een kunstenaar in de klas uit. Die kan levendig en beeldend over zijn/haar/diens vak vertellen aansluitend bij dit project. Het gerelateerde aanbod bij dit project vind je op onze site.
Een bezoek aan een voorstelling, tentoonstelling of vaste collectie in een Haagse culturele instelling is ook van grote meerwaarde. Zie VONK voor het actuele aanbod.
Bedenk ook van tevoren bij welke onderdelen je ouders en verzorgers kunt of wilt inschakelen. Het project gaat meer leven als er ook buiten de klas aandacht voor is.
Maak foto’s of filmpjes van de diverse presentatiemomenten en deel deze via de schoolwebsite, klassenapp of andere kanalen.
Project specifieke informatie
Over dit project Wat verstaan we onder privacy? Waarom is privacy eigenlijk zo belangrijk? En vooral: hoe gaan we ermee om? Deze vragen vormen de basis voor dit project. De leerlingen gaan onderzoekend en experimenterend op zoek naar de vormgeving, functie, en techniek van drones.
Doelen Er worden twee hoofddoelen geformuleerd die specifiek zijn voor het hele project. De doelen zijn op het gebied van kennis en vaardigheden. Aan het eind van het project worden deze doelen met behulp van de succescriteria geëvalueerd op het gebied van zelfregulering: de leerling kijkt terug en blikt vooruit.
Reflecteren De reflectievragen bij de verschillende fases van het creatief proces kunnen tijdens en na iedere fase met de individuele leerling of de hele groep besproken worden. Zie ook de hand-out: Rollen van de leerkracht.
Taalonderwijs Wil je woorden uit dit project koppelen aan taalonderwijs? Raadpleeg dan de begrippenlijst.
Algemene benodigdheden Maak gedurende het hele project gebruik van de volgende ruimtes en materialen:
klaslokaal of speellokaal
muziekinstallatie en/of digibord
digitaal foto- en filmtoestel
(kleuren)printer
computer met internetverbinding
2. Introductie
Hoofddoel kennis
De leerling benoemt verschillende functies voor een drone en de invloed van techniek op onze privacy.
Hoofddoel vaardigheid
De leerling geeft door middel van schetsen en een prototype vorm aan een persoonlijke drone en bedenkt privacy bescherming.
Benodigdheden
digibord met privacygevoelige informatie over een persoon uit de directe omgeving
1. Kies jezelf, een collega, of de directeur van de school en zoek op internet naar informatie over deze persoon. Wat is er allemaal te vinden, zowel in woord als in beeld? Toon deze informatie op het digibord. Is diegene zich er bewust van was dat al deze informatie op internet te vinden is? Bespreek dit in de klas.
2. Inventariseer of de leerlingen zelf positieve of negatieve ervaringen heeft met persoonlijke informatie op internet. Bespreek met de leerlingen wat informatie op internet over iemands identiteit zegt. Kun je door wat je laat zien op internet een beeld geven van je identiteit? Kun je je ook anders voordoen dan je eigenlijk bent? hoe?
1. Bekijkop de sitestreetartmuseumamsterdamhet werk van drie streetartkunstenaars die een werk hebben gemaakt over privacy.Klik op de foto's van het werk voor meer uitleg. Welke van de drie kunstwerken zet mensen volgens jou het beste aan het denken over het thema privacy?
2.Lees samen het (Engelstalige) artikel over fotograaf Arne Svenson in The Guardian of vat het samen.
Doorloop de vaste oriëntatie-onderdelen: het filosofisch gesprek en het uitvoeren van de eerste opdracht.
Het filosofisch gesprek In de oriëntatiefase van de les voer jenaaraanleidingvandeintroductieeenfilosofischgesprek.Dit is belangrijk voor het creatieve proces. Je kunt het filosofisch gesprek natuurlijk ook tijdens de andere lesonderdelen inzetten.Stel hierbij (een aantal van) onderstaande vragen:
Zijn jouw gegevens jouw persoonlijke eigendom?
Wanneer is iets een persoonlijk eigendom?
Is het belangrijk om altijd te weten waar mensen zijn?
Is het eerlijk om iemand in de gaten te houden als diegene dat niet weet?
Mag je een crimineel in de gaten houden? Wanneer zou het wel mogen en wanneer niet? Moet het soms ook?
Is veiligheid belangrijker dan privacy?
Als je niets te verbergen hebt, is privacy dan nodig?
Geef jij je zomaar bloot?
Deel de prints van de vragenlijst uit. Laat de leerlingen, zonder uitleg, de vragenlijst invullen. Vertel dat het formulier na afloop besproken wordt.
Voer naar aanleiding van de ingevulde formulieren een klassengesprek over privacy. Wat is privacy? Welke gegevens deel je over jezelf en welke niet? Wat gebeurt er met de informatie als je spijt krijgt dat het op internet staat?
Succescriterium
Bespreek met de leerlingen de opdracht(en): welke onderwerpen gaan zij onderzoeken de komende les of tijd? Formuleer vanuit het filosofisch gesprek en/of de oriëntatie-opdracht, samen met de leerlingen, een succescriterium waaraan zij werken. Een voorbeeld van een succescriterium bij dit project:
De leerling maakt een prototype van een persoonlijke drone waarbij de functie van de drone duidelijk is.
Konden dit soort foto's ook gemaakt worden toen er nog geen drones werden gebruikt? Hoe? Zou je zelf ook graag foto's willen maken met een drone? Waarvan?
Drones worden bijvoorbeeld ook gebruikt om stiekem te filmen, bijvoorbeeld in oorlogssituaties. Bespreek het gebruik van drones in relatie tot (het schenden van) privacy. Vraag de leerlingen in groepjes te onderzoeken wat drones met privacy te maken hebben. Laat hen een aantal voorbeelden van positieve en negatieve ervaringen met drones zoeken. Wat zijn de effecten van drones? Bijvoorbeeld: het artikel op privacy.nl ‘Drones: een gevaar voor de privacy van de burgers?’
Elk groepje presenteert de bevindingen kort voor de klas.
Bespreek de bevindingen van elk groepje na met de nadruk op (het schenden van) privacy.
Wat voor type ben jij?
Bekijk en bespreek met de klas een selectie van onderstaande filmpjes waarin je verschillende toepassingen ziet van het gebruik van drones.
Bespreek met elkaar dat in de toekomst misschien iedereen wel een eigen drone heeft. Vraag de leerlingen zich voor te stellen hoe dat is en bespreek dit.
Vorm groepjes. Laat de bijlage ‘Blueprint My Own Drone’ zien op het digibord. Deel het tekenmateriaal uit. De leerlingen bedenken in groepjes verschillende positieve functies voor drones. Hoe kunnen drones het leven verbeteren en/of leuker maken?
Elke leerling bedenkt een drone die specifiek bij henzelf past en maakt hiervoor een schetsontwerp. De drone hoeft hierbij dus niet tot in detail te zijn uitgedacht, maar slechts in grote lijnen getekend te worden. Aan het ontwerp van de drone moet je kunnen zien wat de functie is.
De drone-ontwerpen kunnen op verschillende manieren gepresenteerd worden:
De leerlingen presenteren in kleine groepjes hun ontwerpen aan elkaar, geven elkaar een aantal tips en tops en passen aansluitend eventueel hun ontwerp aan.
Elke leerling presenteert in een minuut diens ontwerp. Eventueel met behulp van het digibord.
Reflectie subdoelen
Op welke manier heb je in jouw ontwerp de functie van de drone laten zien?
Reflectie proces
Welk drone ontwerp dat bedacht is vond je het meest verrassend?
5. Opdracht: Mijn kunstige drone
De leerlingen werken hun drone-ontwerp uit. Ze houden daarbij niet alleen rekening met de functie van de drone, maar ook met de vormgeving en geschikte materialen. Om dit te kunnen bepalen, experimenteren de leerlingen met materialen en doen ze verder onderzoek naar de kenmerken van een drone. Natuurlijk bedenken ze er ook een naam voor.
Subdoel kennis
De leerling benoemt welke materialen geschikt zijn voor het bouwen van de zelfontworpen drone.
Subdoel vaardigheid
De leerling zet een schets om in een ruimtelijk prototype.
divers materiaal voor het maken van de drone: karton, hout, touw, scrapmateriaal, plastic zakjes, zilverpapier, satéprikkers, aluminiumfolie, piepschuim, klei, watten, takjes, ijzerdraad, etc.
gereedschappen: kniptangen, zagen, hamers, scharen, lijm, plakband en lijmpistolen
digitale weegschaal
grijze tekenpotloden
zachte kleurpotloden
pastelkrijt
zachte waskrijtjes (of bijvoorbeeld Pandakrijt)
linialen en/of meetlinten
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste onderdelen binnen elke projectopdracht: onderzoeken, uitvoeren en presenteren.
Hoogvliegers
De leerlingen zetten een volgende stap in het realiseren van hun eigen drone.
1. Bekijk en bespreek onderstaande voorbeelden waarbij drones ingezet worden voor kunstprojecten:
2. Laat de leerlingen onderzoek doen naar materialen waarmee hun drone gemaakt kan worden. Laat hen hierbij letten op vorm, formaat en gewicht. denk aan materialen als:als karton, hout, touw, scrapmateriaal, plastic zakjes, zilverpapier, satéprikkers, aluminiumfolie, piepschuim, klei, watten, takjes, ijzerdraad, etc.
3. Laat de leerlingen de uitkomsten van het onderzoek verwerken in een definitief ontwerp. Dit ontwerp is het vertrekpunt voor het maken van de drone.
2. Bespreek met de leerlingen dat ze hun ontwerp gaan uitvoeren, op zo’n manier dat het prototype het liefst ook echt bevestigd kan worden aan de basisconstructie van een drone. Daarvoor dienen de leerlingen rekening te houden met:
de plek van de propellers van de basisconstructie.
Wijs de leerlingen erop dat de ontwerpschets een uitgangspunt voor het prototype is en dat wijzigingen aanbrengen mag. Tip. Bekijk ter inspiratie het filmpje over Cultuuronderwijs op zijn Haags (YouTube) Vanaf minuut 3.25.
3. Laat de leerlingen onderzoek doen naar namen, typenummers en de prijs van drones, en voor hun eigen drone een fantasievolle naam en typenummer verzinnen, en prijs bepalen.
Tips:
Wil je hier verder mee gaan, dan zijn er simpele speelgoed-quadrocopters of -drones te koop. Daarmee kunnen de leerlingen hun prototype uitproberen. Of vraag een specialist in de klas, bijvoorbeeld van Futuremindz.
De leerlingen presenteren de prototypes in de klas. Bekijk en bespreek ze met de nadruk op de relatie tussen de functie, de vormgeving en identiteit. Wat zegt de drone over de leerling?
Reflectie subdoelen
Wat vond je het meest geschikte materiaal dat je hebt gekozen?
Reflectie proces
Waar liep je tegenaan bij het omzetten van je schets naar prototype?
6. Opdracht: To drone or not to drone
In deelopdracht 3 krijgt de groep ten slotte een gastles van een dronepiloot van SETUP, een gezelschap van creatieve technologen, kunstenaars en critici. De leerlingen presenteren hun prototype van de drone aan de dronepiloot, zodat hij kan bepalen of het ontwerp en het materiaalgebruik daadwerkelijk geschikt zijn om de drone te laten vliegen. Met behulp van de dronepiloot gaan de drones ook daadwerkelijk vliegen!
Subdoel kennis
De leerling legt uit wat van invloed is op het goed laten vliegen van zijn ontwerp.
Subdoel vaardigheid
De leerling presenteert en beargumenteert zijn drone aan een gastleerkracht.
Benodigdheden
informatie over drones m.b.t. namen, typenummers en prijzen (internet)
A4- of A3-tekenpapier (niet te dun)
grijze tekenpotloden
zachte kleurpotloden
pastelkrijt
zachte waskrijtjes (of bijvoorbeeld Pandakrijt)
stiften/markers
scharen
tijdschriften om uit te knippen
behangerslijm in potten met deksel + lijmkwasten
schrijfgerei
droneconstructie (van dronepiloot van SETUP)
buitenruimte om drones de lucht in te laten (schoolplein)
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste onderdelen binnen elke projectopdracht: onderzoek, uitvoeren, presenteren en evalueren.
Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit:
Laat de leerlingen onderzoek doen naar namen, typenummers en prijzen die drones kunnen hebben.
Laat de leerlingen voor hun drone een naam, typenummer en prijs verzinnen.
Laat de leerlingen in groepjes nadenken hoe hun dronepresentatie bij mensen onder de aandacht gebracht kan worden. Welke media zetten zij in? Denk aan aanplakbiljetten, strooifolders, social media, mond-tot-mondreclame, etc.
Nodig een dronepiloot van SETUP (Utrecht) uit in de klas.
De dronepiloot geeft een introductie: hoe werkt een drone nou precies?
Laat de leerlingen hun drone kort presenteren aan de dronepiloot. Deze bekijkt op basis van materiaalgebruik in hoeverre de prototypes geschikt zijn om te vliegen.
De dronepiloot treft de nodige voorbereidingen voor de lanceringen. Hij bevestigt de prototypes van de leerlingen aan zijn lege droneconstructie. Vervolgens gaan alle drones de lucht in.
Reflectie subdoelen
Wat ben je te weten gekomen over het maken van een prototype?
Bespreek met uw leerlingen het doorlopen proces aan de hand van onderstaande vragen:
Waar had je achteraf gezien meer aandacht aan moeten besteden bij het maken van je drone?
Waaraan verschilt je uiteindelijke drone met het oorspronkelijke ontwerp?
Vertelt het uiterlijk waarvoor de drone bedoeld is?
Kon je drone meteen de lucht in?
Ben je tevreden over je drone en wat hij kan?
Welke drone zou jij graag ontwikkeld willen zien?
Eindreflectie: zelfregulatie terugkijkend
Welke uitwerking van een drone ontwerp vind je het meest geslaagd?
Eindreflectie: zelfregulatie vooruitkijkend
Waar zou je jouw drone het liefst laten vliegen als hij echt zou bestaan?