Alle leerlingen kennen de supermarkt van de dagelijkse boodschappen. Maar ze zijn zich nog niet bewust van de wereld achter de verkoop: reclame, soorten verpakkingen, winkelinrichting, enzovoort. Dat gaan ze onderzoeken in dit project. De eerste opdracht gaat over pictogrammen. Hoe sturen deze simpele illustraties ons gedrag? Als creatieve opdracht ontwerpen de leerlingen een pictogram voor de school. Dan is het tijd voor veldonderzoek bij een supermarkt in de buurt. Ze bekijken de plaats van producten, de prijzen en de pictogrammen die hier gebruikt worden. Vervolgens bedenken de leerlingen een nog niet bestaand levensmiddel en ontwerpen hier een verpakking voor. In de slotopdracht brengen ze al het geleerde in de praktijk door in de school een ruilsupermarkt in te richten.
Welkom! Je gaat in de klas werken met het lesmateriaal van Cultuuronderwijs op zijn Haags (COH). Voor je aan de slag gaat leggen we je uit hoe je dit project tot een succes kunt maken.
Samen ontdekken Onze cultuurlessen zijn gebaseerd op de didactiek van procesmatig werken, de leerlingen doorlopen hierbij een creatief proces. Zij worden zich bewuster van zichzelf en hun omgeving, en ontdekken op een speelse manier hun creatieve vermogen. Met als kern dat je als leerkracht samen met de leerlingen beleeft, beschouwt, verbeeldt, bedenkt en maakt.
Mediacultuur Bij mediacultuur denken veel mensen aan televisie, radio, podcast, film, games en fotografie. Maar de projecten mediacultuur uit de ladekast zijn veelomvattender. Het gaat ook over digitale toepassingen in de hedendaagse kunst. 'Media' is namelijk ook een begrip in de kunst. Het materiaal waarmee een kunstenaar werkt, wordt ook gezien als een medium waarmee de kunstenaar zich kan uitdrukken. Daar hoort ook aandacht bij voor de ontstaansgeschiedenis: vroeger gebruikten kunstenaars namelijk andere media, zoals schilderdoek, filmrollen, radio of boeken. Mediacultuur verbindt daarom nieuwe én oude manieren van maken.
Houdingsdoelen Bij de introductie, oriëntatie en opdrachten worden kennisdoelen en vaardigheidsdoelen benoemd. Onderstaande houdingsdoelen gelden in het algemeen:
De leerling toont zich nieuwsgierig en proactief.
De leerling kan positief-kritisch reflecteren op eigen werk en op dat van anderen.
Overleg en deel je plannen met de ICC’er of je cultuurcoach.
Wij adviseren je het hele project van tevoren door te lezen om je goed voor te bereiden en de mogelijkheden te ontdekken die het project biedt.
Je kunt het lesmateriaal ook downloaden en printen. Gebruik het digibord voor het beeldmateriaal.
Als richtlijn adviseren wij voor het doorlopen van het creatief proces in het hele project, zes tot acht lesmomenten in te plannen. Alle projecten hebben een introductie, oriëntatie en drie opdrachten. Je kunt ervoor kiezen het lesmateriaal naar eigen wens aan te passen.
Iedere opdracht heeft dezelfde opbouw: onderzoeken, uitvoeren en presenteren. De reflectievragen kunnen tijdens en na iedere fase van het creatief proces met de individuele leerling of de hele groep besproken worden.
Nodig eens een kunstenaar in de klas uit. Die kan levendig en beeldend over zijn/haar/diens vak vertellen, aansluitend bij dit project. Het gerelateerde aanbod bij dit project vind je op onze site.
Een bezoek aan een voorstelling, tentoonstelling of vaste collectie in een Haagse culturele instelling is ook van grote meerwaarde. Zie VONK voor het actuele aanbod.
Bedenk ook van tevoren bij welke onderdelen je ouders en verzorgers kunt of wilt inschakelen. Het project gaat meer leven als er ook buiten de klas aandacht voor is.
Maak foto’s of filmpjes van de diverse presentatiemomenten en deel deze via de schoolwebsite, klassenapp of andere kanalen.
Projectspecifieke informatie
Over dit project Dit project van de leerlijn 'Mediacultuur' maakt de leerlingen bewust van de mediacultuur om hen heen en laat hen beseffen dat deze invloed heeft op diens identiteit. Het project gaat in op het koopgedrag van mensen in de supermarkt. Welke invloed hebben verpakkingen, reclame en plaatsing van de producten op koopgedrag? Hoe wordt je beïnvloed en hoe kun je hier zelf invloed op uitoefenen? Specifiek gaat het project in op de levensmiddelen die tegenwoordig beschikbaar zijn en het hele proces achter de verkoop: manieren van verhandelen, reclame, soorten verpakkingen, winkelinrichting en waardecreatie.
Doelen Er worden twee hoofddoelen geformuleerd die specifiek zijn voor het hele project. Dit zijn doelen op het gebied van kennis en vaardigheden. Aan het eind van het project worden deze doelen geëvalueerd met behulp van de succescriteria op het gebied van zelfregulering: de leerling kijkt terug en blikt vooruit.
Reflecteren De reflectievragen bij de verschillende fases van het creatief proces kunnen tijdens en na iedere fase met de individuele leerling of de hele groep besproken worden. Zie ook de hand-out: Rollen van de leerkracht.
Taalonderwijs Wil je woorden uit dit project koppelen aan taalonderwijs? Raadpleeg dan de begrippenlijst.
Algemene benodigdheden Maak gedurende het hele project gebruik van de volgende ruimtes en materialen:
klaslokaal of speellokaal
muziekinstallatie en/of digibord
digitaal foto- en filmtoestel of smartphone
(kleuren)printer
pc met internetverbinding
2. Introductie
Hoofddoel kennis
De leerling legt uit op welke manier pictogrammen en het design van verpakkingen visueel met ons communiceren.
Hoofddoel vaardigheid
De leerling geeft vorm aan een visuele presentatie van een zelfbedacht levensmiddel.
Benodigdheden
eigen lunchpakketjes van de leerlingen
Aan de slag in de klas
Kunstsandwich
Bekijk de website van fotograaf-kunstenaar Thomas Nondh Jansen. Zoek met de leerlingen de drie foto's van sandwiches uit het project Living Room Safari. Bespreek ze aan de hand van onderstaande vragen:
Wat vind je van deze foto's?
Krijg je er trek van?
Wat voor bijzonders zou jij op of met je sandwich willen doen?
Leg je lunch op tafel en vraag welke leerlingen ook hun lunch willen laten zien. Bespreek de inhoud van de lunches vervolgens aan de hand van de volgende punten:
Waar bestaat de lunch uit?
Hoe gezond is de lunch?
Welke kleuren en vormen zijn er te herkennen?
Ziet jouw lunch er mooi uit?
Is er iets bijzonders aan jouw lunch?
Hou je van boterhammen of juist helemaal niet?
Komt jouw lunch kamt-en-klaar uit de supermarkt, of makenjullie het zelf?
Wat vind je belangrijk: de kleur, de smaak, de merken, de verpakking?
3. Oriëntatie
Benodigdheden
diverse levensmiddelen in verpakkingen met duidelijke logo’s en pictogrammen
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste oriëntatie-onderdelen: het filosofisch gesprek en het uitvoeren van de eerste opdracht.
Het filosofisch gesprek In de oriëntatiefase van de les voer je naar aanleiding van de introductie een filosofisch gesprek. Dit is belangrijk voor het creatieve proces. Je kunt het filosofisch gesprek natuurlijk ook tijdens de andere lesonderdelen inzetten. Stel bijvoorbeeld de volgende vragen:
Weet je waar je eten vandaan komt?
Is het belangrijk om dat precies te weten?
Als eten je lievelingskleur heeft, smaakt het dan beter?
Hoe weet je of iets slecht is om te eten?
Smaakt wat je eet anders (lekkerder/minder lekker) als je weet waar het vandaan komt?
Smaakt wat je eet anders (lekkerder/minder lekker) als je weet dat het gezond is?
Eten verpakt in kunst
Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit:
Bekijk en bespreek kunstwerken die voedsel of verpakkingen laten zien: bijvoorbeeld van kunstenaars als:
Chloé Rutzerveld (scroll door naar New series Future Food models Culinair Cellulair)
Neem een aantal niet-bederfelijke ontbijtproducten in hun verpakking mee. Je kunt ook leerlingen vragen om iets mee te nemen. Plaats de producten als in een winkeltje in de klas. Bespreek met de leerlingen de verpakkingen. Let daarbij op de volgende kenmerken:
kleur
vorm
afbeeldingen en logo’s
letters en tekst Vraag de leerlingen welke verpakkingen ze aantrekkelijk vinden en welke niet. Hoe komt dat?
Bekijk en bespreek de pictogrammen en logo’s op de verpakkingen. Bespreek dat een pictogram een gestileerde tekening of een klein plaatje is dat dient als herkenningsteken of ter vervanging van een tekst (zoals de symbolen voor roltrap, wc, uitgang, bushalte, camping, etc.). En een logo is een afbeelding waaraan je een merk of bedrijf herkent.
Succescriterium
Bespreek met de leerlingen de opdracht(en): welke onderwerpen gaan zij onderzoeken de komende les of tijd? Formuleer vanuit het filosofisch gesprek en/of de oriëntatie-opdracht, samen met de leerlingen, een succescriterium waaraan zij werken. Een voorbeeld van een succescriterium bij dit project:
De leerling presenteert eigen pictogrammen en verpakkingen binnen een zelfontworpen supermarkt.
4. Opdracht: Pictogrammen
De leerlingen gaan in de school op zoek naar pictogrammen. Ze analyseren deze en onderzoeken het doel en de doeltreffendheid van de diverse pictogrammen. Vervolgens ontwerpen ze een eigen pictogram.
Subdoel kennis
De leerling benoemt functie, betekenis, vorm, kleur en compositie van pictogrammen.
Subdoel vaardigheid
De leerling ontwerpt een pictogram voor een klassenafspraak.
Benodigdheden
digitale fotocamera of smartphone (voor het vastleggen van pictogrammen)
schrijfgerei
A4- of A3-tekenpapier (niet te dun)
grijze tekenpotloden
zachte kleurpotloden
pastelkrijt
zachte waskrijtjes (of bijvoorbeeld Pandakrijt)
markers
behangerslijm in potten met deksel + lijmkwasten
scharen
bijlage met werkbladen (voor elke leerling print van door hem/haar/hen gekozen werkblad)
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste onderdelen binnen elke projectopdracht: onderzoeken, uitvoeren, presenteren en evalueren.
Wereldpictogram
Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit:
Bekijk en bespreek het werk van grafisch ontwerper Gerd Arntz. Deze ontwerper heeft duizenden pictogrammen ontworpen die over de hele wereld gebruikt worden. Bekijk ook het werk van ontwerper Margaret Calvert. Zij ontwierp een aantal belangrijke verkeersborden die tot op de dag van vandaag in het Verenigd Koninkrijk gebruikt worden. Bekijk op Wikipedia de verkeersborden die zij ontworpen heeft.
Leg aan de leerlingen uit dat je zonder woorden ook veel kunt zeggen, bijvoorbeeld door middel van plaatjes, zoals pictogrammen. Bekijk de aflevering van SchoolTV over pictogrammen.
Laat de leerlingen pictogrammen fotograferen in de klas en binnen de school.
Bekijk en bespreek de pictogrammen in relatie tot het werk van Gerd Arntz en de pictogrammen uit de video. Bespreek daarna:
de functie
de betekenis
de vorm
de kleur
de achtergrond en voorgrond
compositie
Klaspictogram
Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit:
De leerlingen ontwerpen een pictogram voor afspraken die in de klas gelden. Bijvoorbeeld over: door de klas lopen, naar de wc gaan, op stoelen of tafels staan, pesten, onrust, rommel, etc. Gebruik hierbij de werkbladen uit de bijlage. De leerlingen kiezen uit verschillende vormen zoals cirkels, driehoeken of vierkanten. Hierin tekenen, schilderen of lijmen ze hun ontwerp.
De leerlingen selecteren één pictogram en werken dit uit op maximaal A4-formaat.
De leerlingen bedenken met elkaar op welke plek in de school ze hun pictogram het beste kunnen plaatsen.
De ontwerpen kunnen op verschillende manieren gepresenteerd worden:
Hang de pictogrammen op de gekozen plekken in de school.
Laat de leerlingen aan de rest van de klas vertellen wat er bedoeld wordt met het pictogram en bespreek of de anderen het eens zijn met de klassenafspraak die wordt uitgebeeld.
Reflectie subdoelen
Van welk pictogram is de betekenis meteen duidelijk?
Reflectie proces
Hoe ging je te werk bij het omzetten van een afspraak naar een beeld?
5. Opdracht: Mijn SuperProduct
De leerlingen onderzoeken tijdens een rondleiding in een supermarkt onder meer de plaats van verschillende levensmiddelen, de prijzen en de diverse pictogrammen. Ze maken pictogrammen voor producten in de supermarkt en ontwerpen een verpakking voor een (nog) niet bestaand levensmiddel.
Subdoel kennis
De leerling benoemt beeldende aspecten van verpakkingen, zoals kleur, vorm, logo, afbeelding en typografie.
Subdoel vaardigheid
De leerling ontwerpt een verpakking voor een zelfbedacht levensmiddel, waarbij er met een zichtbare relatie is tussen het product en de verpakking.
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste onderdelen binnen elke projectopdracht: onderzoeken, uitvoeren en presenteren.
Aantrekkelijke producten
Onderzoek met de leerlingen hoe producten aantrekkelijk worden gemaakt. Tot voor kort werden de verpakkingen van (ongezonde) producten aantrekkelijk gemaakt voor kinderen met plaatjes van kinderidolen of animatiefiguren. Dat is inmiddels niet meer toegestaan. Waarom zou dat zijn?
Bekijk en bespreek de foto met een aantal van dit soort producten. Nu deze manier van reclame maken niet meer mag, bespreken de leerlingen of ze een andere manier weten om een product aantrekkelijk te maken. Hoe zouden zij dit aanpakken?
Tip:
Bezoek met de leerlingen een supermarkt (of andere levensmiddelenwinkel) in de buurt. Indien mogelijk krijgen zij een rondleiding in de winkel en achter de schermen. Ze ontdekken dat een supermarkt niet zomaar een plek is waar levensmiddelen worden neergezet en verkocht, maar dat er over alles wordt nagedacht: de plaats van de producten, het soort stellingkasten, de gekozen kleuren, de afgespeelde muziek, (kinder)promotieacties, pictogrammen en logo’s op producten en posters, etc.
Ga eventueel ook op zoek naar logo’s op producten in de klas. Tip: Nodig eventueel een grafisch ontwerper of productontwerper uit in de klas om te vertellen over diens werk en hoe zij tot bepaalde ontwerpen gekomen zijn.
Aantrekkelijk verpakt
Zoek met Google naar afbeeldingen van ‘blanco verpakkingen’. Laat de leerlingen verzinnen wat er in deze verpakkingen zou kunnen ziftten en waarom.
Voer een klassengesprek over levensmiddelen die niet bestaan, maar die het leven wel leuker zouden kunnen maken. Denk bijvoorbeeld aan:
groene supergezonde cornflakes
melk waardoor je heel goed kunt rekenen
muesli met rozenblaadjes waar je verliefd van wordt
dropjes waardoor je altijd doelpunten kunt maken
couscous waar je mooi van gaat zingen
Laat leerlingen een niet-bestaand levensmiddel kiezen of verzinnen.
Laat leerlingen een ontwerptekening maken voor de verpakking van het zelf bedachte niet-bestaande levensmiddel. Probeer de leerlingen te helpen buiten de kaders te denken. Hoe smaakt je product? Hoe laat je dit zien met de verpakking? Is het product heel gewoon of juist heel bijzonder? Waar zie je dat aan? Wil je het product laten zien? Moet de verpakking daarvoor doorzichtig zijn?
Reclamestunt
De producten worden één voor één door de leerlingen gepresenteerd in de vorm van een verkooppraatje. De leerlingen vertellen wat het product doet, waarvoor je het kunt gebruiken, waar je het kan vinden in de supermarkt, wat het kost en wat er bijzonder is aan hun zelfontworpen verpakking (kleur, vorm, materiaal, afbeeldingen, verdeling tekst-beeld)
Tip: Film de verkooppraatjes van de leerlingen alsof het een échte reclame is.
Reflectie subdoelen
Op welke manier zie je aan jouw verpakking wat de eigenschappen van jouw product zijn?
Reflectie proces
Welke nieuwe verpakkingsvormen heb je gezien die je in de supermarkt niet ziet?
6. Opdracht: Wij zijn open!
De leerlingen verwerken wat ze geleerd en gemaakt hebben door een eigen supermarkt in te richten.
Subdoel kennis
De leerling legt uit hoe de visuele presentatie (verpakking, vormgeving, reclame, plaatsing) effect heeft op de waarde van een product.
Subdoel vaardigheid
De leerling ontwerpt met de klas een eigen supermarkt met bijbehorende huisstijl, inrichting en reclame-uitingen.
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste onderdelen binnen elke projectopdracht: onderzoeken, uitvoeren en presenteren.
Vakkenvullen
De leerlingen richten met hun eigen producten een (ruil)supermarkt in. Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit:
Bespreek met elkaar wat jullie allemaal te weten zijn gekomen. Vertel dat jullie een eigen supermarkt gaan inrichten. Wat heb je allemaal nodig voor het inrichten van een supermarkt en het aanprijzen van de producten? Denk aan de naam, entree, verschillende afdelingen, inrichting, prijzen, kassa, etc.
Maak in de klas een opstelling met de verpakkingen die de leerlingen gemaakt hebben bij de opdracht ‘Mijn SuperProduct’. Vul deze eventueel aan met bestaande producten.
Voer een klassengesprek waarin je met de leerlingen de verkoop-/ruilwaarde van de producten bespreekt en
Onze markt is super!
De leerlingen openen een eigen supermarkt waar hun producten gekocht of geruild kunnen worden. Ze bedenken hoe ze hun supermarkt en hun producten onder de aandacht kunnen brengen. Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit:
Bedenk samen een naam voor de
Kies een plek in de school voor de supermarkt: in de klas, in de hal, etc. De supermarkt kan zo groot of zo klein worden als wenselijk.
Vervolgens richten de leerlingen de supermarkt zelf in. Ze gebruiken de pictogrammen die zij gemaakt hebben en maken eventueel nieuwe pictogrammen voor verschillende afdelingen, de uitgang, etc. Besteed extra aandacht aan de plaatsing van de producten.
Leerlingen bedenken en maken in groepjes een reclame-uiting om de supermarkt onder de aandacht te brengen. Denk aan sandwichborden, aanbiedingen, folders en posters, sociale media, etc.
Denk met elkaar na over de openingshandeling. Bijvoorbeeld: lintje knippen door de koning of koningin, ballonnen, optreden door muziekkorps, etc.
De supermarkt is open! In ploegendiensten ‘verkopen’ de leerlingen hun producten en lichten deze toe. Nodig ouders en verzorgers uit en laat hen producten uitkiezen en vertellen waarom ze juist voor dat product hebben gekozen. Als er in de vorige opdracht reclamefilmpjes gemaakt zijn, laat deze dan zien. Laat de leerlingen zelf hun eigen supermarktregels bedenken.
Reflectie subdoelen
Door welke presentatievorm heb je jouw product het meest waarde gegeven?
Eindreflectie: zelfregulatie terugkijkend
Welk product zou je meteen kopen als het in een echte supermarkt zou liggen?
Eindreflectie: zelfregulatie vooruitkijkend
Voor welk ander product zou je een verpakking willen maken?