Hoe voelt het als je ergens nieuw bent? En kun je ervoor zorgen dat iemand die nieuw is in Den Haag, zich welkom voelt? De leerlingen gaan dat onderzoeken. Den Haag noemt zich de ‘internationale stad van vrede en recht’ en daar mogen we best trots op zijn. Een warm welkom voor mensen die nieuw zijn in de stad hoort daarbij. De leerlingen onderzoeken kunst over en van mensen die gevlucht zijn, en schrijven een verhaal over dit onderwerp. Vervolgens bedenken ze een welkomstpakket en geven daar een pitch over. De meest bruikbare ideeën voeren ze uit.
Welkom! Je gaat in de klas werken met het lesmateriaal van Cultuuronderwijs op zijn Haags. Voor je aan de slag gaat leggen we je uit hoe je dit project tot een succes kunt maken.
Samen ontdekken Onze cultuurlessen zijn gebaseerd op de didactiek van procesmatig werken, de leerlingen doorlopen hierbij een creatief proces. Zij worden zich bewuster van zichzelf, en hun omgeving en ontdekken op een speelse manier hun creatieve vermogen. Met als kern dat je als leerkracht samen met de leerlingen beleeft, beschouwt, verbeeldt, bedenkt en maakt.
Mediacultuur Bij mediacultuur denken veel mensen aan televisie, radio, podcast, film, games en fotografie. Maar de projecten mediacultuur uit de ladekast zijn veelomvattender. Het gaat ook over digitale toepassingen in de hedendaagse kunst. ‘Media’ is namelijk ook een begrip in de kunst. Het materiaal waarmee een kunstenaar werkt, wordt ook gezien als een medium waarmee de kunstenaar zich kan uitdrukken. Daarbij hoort ook aandacht voor de ontstaansgeschiedenis: vroeger gebruikten kunstenaars namelijk andere media, zoals schilderdoek, filmrollen, radio of boeken. Mediacultuur verbindt daarom nieuwe én oude manieren van maken.
Houdingsdoelen Bij de introductie, oriëntatie en opdrachten worden kennisdoelen en vaardigheidsdoelen benoemd. Onderstaande houdingsdoelen gelden in het algemeen:
De leerling toont zich nieuwsgierig en proactief.
De leerling kan positief-kritisch reflecteren op eigen werk en op dat van anderen.
Overleg en deel je plannen met de ICC’er of je cultuurcoach.
Wij adviseren je het hele project van tevoren door te lezen om je goed voor te bereiden en de mogelijkheden te ontdekken die het project biedt.
Je kunt het lesmateriaal ook downloaden en printen. Gebruik het digiboard voor het beeldmateriaal.
Als richtlijn adviseren wij voor het doorlopen van het creatief proces in het hele project, zes tot acht lesmomenten in te plannen. Alle projecten hebben een introductie, oriëntatie en drie opdrachten. Je kunt ervoor kiezen het lesmateriaal naar eigen wens aan te passen .
Iedere opdracht heeft dezelfde opbouw: onderzoeken, uitvoeren en presenteren.
Nodig eens een Kunstenaar in de klas uit. Die kan levendig en beeldend over zijn/haar/diens beroep vertellen en aansluiten bij dit project. Het gerelateerde aanbod bij dit project vind je op onze site.
Een bezoek aan een voorstelling, tentoonstelling of vaste collectie in een Haagse culturele instelling is ook van grote meerwaarde. Zie VONK voor het actuele aanbod.
Bedenk ook van tevoren bij welke onderdelen je ouders of verzorgers kunt of wilt inschakelen. Het project gaat meer leven als er ook buiten de klas aandacht voor is.
Maak foto’s of filmpjes van de diverse presentatiemomenten en deel deze via de schoolwebsite, klassenapp of andere kanalen.
Project specifieke informatie
Over dit project De leerlingen gaan zich verplaatsen in het leven en de ervaringen van mensen die nieuw zijn in Den Haag. Hoe voelt dat als je de taal nog niet verstaat en spreekt? Wat heb je nodig om je thuis te gaan voelen? Het is heel erg spannend om ergens nieuw te zijn. Als je in een voor jou vreemd land komt wonen, is het fijn om welkom geheten te worden. In dit project bedenken de leerlingen daarom een welkomstpakket. De meest bruikbare ideeën worden uitgewerkt.
Doelen Er worden twee hoofddoelen geformuleerd die specifiek zijn voor het hele project. De doelen zijn op het gebied van kennis en vaardigheden. Aan het eind van het project worden deze doelen met behulp van de succescriteria geëvalueerd op het gebied van zelfregulering: de leerling kijkt terug en blikt vooruit.
Reflecteren De reflectievragen bij de verschillende fases van het creatief proces kunnen tijdens en na iedere fase met de individuele leerling of de hele groep besproken worden. Zie ook de hand-out: Rollen van de leerkracht.
Taalonderwijs Wil je woorden uit dit project koppelen aan taalonderwijs? Raadpleeg dan de begrippenlijst.
2. Introductie
Hoofddoel kennis
De leerling legt uit hoe je met beeld zonder taal kunt communiceren.
Hoofddoel vaardigheid
De leerling stelt een beeldend informatiepakket samen voor mensen die nieuw zijn in Den Haag
Aan de slag in de klas
Taalbegrip
1.Bekijk en bespreek de volgende teksten op het digibord:
こんにちは、私の名前はジョンと私はハーグに住んでいます Vraag de leerlingen wat hier staat. Het is Japans.
Russisch: Здравствуйте, меня зовут Джон и я живу в Гааге
Koerdisch: Merheba, navê min John e û ez li Lahay dijîn
Kroatisch: Pozdrav, moje ime je Ivan i ja živim u Haagu
Frans: Bonjour, je m’appelle John et j’habite à La Haye
2. Gebruik Google Translate om de uitspraak van de eerste zin te beluisteren. Doe dat vervolgens ook voor de andere talen. Vertaal de zin als laatste in het Engels en dan in het Nederlands. Bespreek met de leerlingen de waarde van taal; als je er niets van begrijpt kun je niet communiceren. Bekijk eventueel over grappige Nederlandse woorden volgens mensen die Nederlands leren. Bekijk eventueel deze video over grappige Nederlandse woorden volgens mensen die Nederlands leren.
3. Bespreek met de leerlingen hoe het zou zijn als je door onze stad loopt en je geen Nederlands spreekt of kan lezen. Welke problemen kom je dan tegen? Schrijf de bevindingen op.
Opnieuw beginnen Bespreek met de leerlingen dat er wereldwijd veel mensen in een andere stad en/of land gaan wonen; vrijwillig of noodgedwongen. Sommige mensen komen in Nederland terecht. In dit project gaan we bedenken hoe het is om in een nieuwe stad te zijn. Je kent misschien de taal, de omgeving en de gebruiken niet. Hoe voelt dat? Zitten er leerlingen in de klas voor wie dit herkenbaar is? Wie zou daar wat over willen vertellen?
Doorloop de vaste oriëntatie-onderdelen: het filosofisch gesprek en het uitvoeren van de eerste opdracht.
Het filosofisch gesprek In de oriëntatiefase van de les voer je naar aanleiding van de introductie een filosofisch gesprekDit is belangrijk voor het creatieve proces. Je kunt het filosofisch gesprek natuurlijk ook tijdens de andere lesonderdelen inzetten. Stel hierbij (een aantal van) onderstaande vragen:
Wanneer voel je je welkom?
Hoe voelt het als je de taal niet spreekt en verstaat?
Kun je andere manieren verzinnen om elkaar toch te begrijpen? Welke?
Wat zou je missen als je in een ander land gaat wonen?
Wat is het verschil tussen ergens anders moeten of willen gaan wonen?
Wanneer ben je een Hagenaar/Hagenees?
Beeldtaal
Bespreek met de leerlingen dat het lastig communiceren is als je de de taal van een land niet beheerst. Met beeldtaal (foto’s, film, tekeningen, pictogrammen en kunst ) is communiceren vaak wel mogelijk.
Vorm groepjes en geef de leerlingen de opdracht ‘boodschappen te doen’ zonder taal te gebruiken. Stel met elkaar een lijstje samen van mogelijke boodschappen die de leerlingen door middel van bijvoorbeeld een tekeningetje aan elkaar duidelijk moeten maken. Of doe de speloefening Jabbertalk uit de uitvoeropdracht van de opdracht: Zo klinkt de markt van het project Van alle markten thuis.
Wat zie je (niet)?
Zonder taal zijn mensen aangewezen op beeld. Beeld is een vorm van communicatie. Een fotograaf wil met diens foto’s iets vertellen. Maar beeld laat vaak maar een klein stukje van het verhaal zien. Bekijk en bespreek met elkaar de portretfoto’s uit de bijlage. Deze foto’s komen uit de publicatiePortretten van Potentie. Wat valt je op? Wat verrast je? Wat gebeurt er als je alleen naar de buitenkant kijkt? Vorm groepjes en laat elk groepje een portretfoto kiezen uit de bijlage. De leerlingen denken hierbij na over drie lagen in het beeld:
Wat zie je meteen? Denk aan de eerste indruk, de buitenkant.
Wat zie je niet meteen? Denk aan iemands gevoelens of gedachten.
Wat brengt die persoon mee? Denk aan talenten, interesses en ervaringen.
Laat de groepjes vertellen over wat ze allemaal hebben gezien en bedacht. Waren ze het met elkaar eens?
Komen de verhalen en ideeën die de leerlingen hadden over de portretfoto’s overeen met wat ze nu lezen?De portretten zijn gemaakt met AI, wat vinden de leerlingen daarvan?
Succescriterium
Bespreek met de leerlingen de opdracht(en): welke onderwerpen gaan zij onderzoeken de komende les of tijd? Formuleer vanuit het filosofisch gesprek en/of de oriëntatie-opdracht, samen met de leerlingen, een succescriterium waaraan zij werken. Een voorbeeld van een succescriterium bij dit project kan zijn:
De leerling geeft in woord en beeld vorm aan hoe het is om ergens nieuw te zijn.
4. Opdracht: Voor het eerst in Nederland
Subdoel kennis
De leerling legt uit dat kunstenaars hun kunst gebruiken om aandacht te vragen voor maatschappelijke vraagstukken.
Subdoel vaardigheid
De leerling schrijft bij zelfgekozen beelden een verhaal naar aanleiding van iemand die gevlucht is.
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste onderdelen binnen elke projectopdracht: onderzoek, uitvoeren, presenteren en evalueren.
Begrippen Mensen die voor het eerst in Nederland komen, hebben daar hun eigen redenen voor, die per persoon kunnen verschillen. Welke redenen kunnen de leerlingen noemen?
NB. Dit onderwerp kan mogelijk gevoelig liggen voor sommige leerlingen in de klas. Maak zelf de inschatting op welke manier dit onderwerp besproken kan worden.
Bespreek met de leerlingen de begrippen; toerist, expat, nieuwkomer, immigrant, vluchteling en asielzoeker. Wat is de betekenis van deze woorden? Benoem de verschillen en overeenkomsten. Bespreek of deze begrippen altijd op de juiste manier gebruikt worden. Is zo’n benaming onderdeel van je identiteit? En wanneer vervalt dit begrip?
Vertellen met beeld en kunst
1. Als je moet vluchten naar een ander land, is dat heel ingrijpend. Bekijk en bespreek een aantal voorbeelden van kunstenaars die mensen die gevlucht zijn als onderwerp voor hun kunst kozen. Bespreek welke aspecten in beeld gebracht zijn: het thuisland, de route, het tijdelijke onderkomen, etc.
2. Onder mensen die gevlucht zijn, zijn zelf ook kunstenaars. Op de website van De Werkelijkheidis werk te vinden van kunstenaars die gevlucht zijn. Welke aspecten van hun achtergrond zie je in het werk terug? Bekijk en bespreek eventueel ook de video: Kunst doorbreekt culturele grenzen.
3. Bekijk samen met de leerlingen op de website van het Fenix Museum. Fenix is een Rotterdams kunstmuseum vol verhalen over migratie. Bespreek met de leerlingen welke kunstwerken hen inspireren.
4. De website De asielzoekmachine is een interactieve documentaire die je op verschillende manieren kunt doorlopen. Elk deel laat een stuk van de reis en eventuele problemen zien waar iemand die gevlucht is mee te maken kan krijgen. Doorloop samen met de leerlingen een aantal routes of laat de leerlingen in groepjes de site ontdekken.
Tip: bekijk deze site van tevoren zelf, zodat duidelijk is hoe deze werkt. Kies die delen uit waarvan je denkt dat ze de leerlingen aanspreken.
Het verhaal achter het beeld Laat de leerlingen individueel een of meerdere foto’s selecteren uit het werk van bovengenoemde kunstenaars of laat ze zelf zoeken op het internet. Laat de leerlingen vervolgens een korte, verhalende tekst schrijven waarin ze de volgende vragen beantwoorden:
Toon de gekozen foto’s op het digibord en laat elke leerling die wil het verhaal vertellen bij de foto die hij/zij/hen had uitgekozen. Ga met de klas in gesprek over welke boodschap zij belangrijk vinden.
Reflectie subdoelen
Hoe heb je jouw beelden gekozen?
Reflectie proces
Met welke andere media zou je jouw verhaal nog meer willen vertellen?
5. Opdracht: Welkom
In deze opdracht denken de leerlingen na over de inhoud van een (digitaal) welkomstpakket voor mensen die nieuw zijn in de stad. De ideeën worden vervolgens gepresenteerd (‘gepitcht’) aan elkaar.
Subdoel kennis
De leerling legt uit hoe je in alleen beeld een boodschap kunt overbrengen.
Subdoel vaardigheid
De leerling geeft met onder andere beeldtaal vorm aan een eigen welkomstpakket voor nieuwe bewoners van Den Haag.
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste onderdelen binnen elke projectopdracht: onderzoek, uitvoeren, presenteren en evalueren.
Wie wat waar
Vertel dat jullie een opzet gaan maken voor een (digitaall) welkomstpakket. Vorm groepjes en geef de leerlingen de opdracht hierover te brainstormen: wat moet iemand die nieuw die bij jou in de wijk komt wonen, weten over onze stad? Denk aan praktische zaken zoals:
Waar vind je vrienden?
Waar kun je je ontspannen (sporten, spelen, natuur, etc.)?
Waar kun je met cultuur in aanraking komen ( musea, theaters, muziek, etc.)?
Waar doe je boodschappen en koop je kleding en huishoudelijke artikelen?
Wat moet je in ieder geval gezien hebben om een goed beeld van Den Haag te hebben?
Welke officiële instanties moet je kennen om formaliteiten te regelen (gemeentehuis, scholen, etc.)?
Fijn dat je er bent Daarnaast is er misschien meer nodig om je welkom te voelen. Wat vinden de leerlingen nog meer belangrijk? Wat zouden ze zelf graag zien in een welkomstpakket?. Laat de groepjes bedenken welke andere ideeën ook zouden kunnen helpen om je sneller thuis te voelen?
Ons pakket
Laat de groepjes een pitch voorbereiden. Bekijk voor tips de Klokhuis-video Hoe moet je pitchen?
Hiervoor gebruiken de leerlingen de resultaten uit de brainstorm. Ze bedenken hoe ze die kunnen uitwerken tot een welkomstpakket dat voor een nieuwe inwoner van de wijk duidelijk en uitnodigend is. De nieuwe stadsgenoot is ongeveer even oud als de leerlingen, en spreekt misschien (nog) weinig of geen Nederlands. Daarom bestaat het welkomstpakket vooral uit beelden zoals pictogrammen en emoticons. Moedig de leerlingen ook aan om na te denken over elementen die bij de nieuwe stadsgenoot voor herkenning zorgen. Bijvoorbeeld afbeeldingen die aansluiten bij de cultuur van de nieuwe inwoner, of een begroeting in diens moedertaal.
2. Ieder groepje maakt een eenvoudige opzet waarin ze onder andere beschrijven wat er in het pakket zit en welke vorm het krijgt. Denk hierbij aan de sfeer of uitstraling van het pakket (informerend, enthousiasmerend, zakelijk, warm, etc.) en wat passend is bij de inhoud.
Tip: Moedig de leerlingen aan om bijvoorbeeld foto’s te maken die ze als pictogram kunnen gebruiken. Die kunnen ze ook gebruiken bij hun pitch.
Pitch
Elk groepje houdt een pitch (presentatie) van twee minuten waarin de leerlingen hun ideeën voor het welkomstpakket toelichten.
De groepjes presenteren het pakket eventueel met een rollenspel, zonder taal te gebruiken.
Reflectie subdoelen
Welke manier om een boodschap duidelijk te maken zonder taal vond je het meest verrassend?
Reflectie proces
Stel dat je je welkomstpakket op social media zou presenteren, hoe zou je dat doen?
6. Opdracht: Welkomstpakket
De leerlingen kiezen uit alle ideeën en gaan die daadwerkelijk uitwerken als welkomstpakket, zodat iedereen die nieuw is zich welkom voelt.
Subdoel kennis
De leerling legt uit welke middelen je kunt gebruiken om iemand te informeren.
Subdoel vaardigheid
De leerling werkt een idee voor het welkomstpakket uit met verschillend beeldend materiaal.
Benodigdheden
scharen
tijdschriften om uit te knippen
tekenmateriaal
lijm
A3- en A2-tekenpapier (niet te dun)
prints van afbeeldingen
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste onderdelen binnen elke projectopdracht: onderzoek, uitvoeren, presenteren en evalueren.
Sample
Vertel dat jullie als klas één welkomstpakket gaan maken als voorbeeldexemplaar. Bespreek met elkaar welke ideeën uit de pitches overeenkomen en welke verschillen. Welke lijken het meest van belang, en welke zijn het best uitvoerbaar en op welke manier?
Als de keuzes gemaakt zijn, gaan de leerlingen in tweetallen een (zelfgekozen) onderdeel van het pakket maken. Wat hebben ze daarvoor nodig? Ze verzamelen de benodigdheden.
Samenhang
1. De tweetallen gaan het onderdeel maken. Ze tekenen bijvoorbeeld de pictogrammen, maken foto’s of collages, schrijven welkomstteksten in meerdere talen die mooi zijn vormgegeven. Zorg voor een verzamelplek waar alle onderdelen samenkomen. Denk bijvoorbeeld aan een mooie doos of een plakboek.
2. Bepaal met elkaar of jullie het pakket ook digitaal willen aanbieden, en op welke manier jullie dat dan willen doen.
Welkom in Den Haag
Presenteer het analoog gemaakte welkomstpakket aan de ouders en verzorgers, of aan een andere klas.
Of deel het digitale pakket in het ouderportaal van de school.
Reflectie subdoelen
Welk onderdeel van het welkomstpakket spreekt je het meeste aan?
Eindreflectie: zelfregulatie terugkijkend
Communiceer jij liever in beeld of taal?
Eindreflectie: zelfregulatie vooruitkijkend
Aan wie in de stad Den Haag zouden jullie het welkomstpakket nog meer willen presenteren?