Haagse leerlingen groeien op in een bijzondere omgeving. In dit project trekken ze eropuit om hun stad in al haar facetten te onderzoeken. Ze verzamelen stadse materialen en gebruiken deze voor experimenten met verschillende kunstvormen. Ze bouwen een fantasiehuis, imiteren stadsgeluiden en maken kennis met de voertuigen die door Den Haag rijden. Natuurlijk wordt er ook gezongen en bekijken de leerlingen prentenboeken en kunst over de stad. Kortom, ze ervaren de stad in al haar vormen, bewegingen en geluiden. Wat ze allemaal hebben geleerd kunnen de ouders of verzorgers zien tijdens de uitbundige eindpresentatie.
Welkom! Je gaat in de klas werken met het lesmateriaal van Cultuuronderwijs op zijn Haags (COH). Voor je aan de slag gaat leggen we je uit hoe je dit project tot een succes kunt maken.
Samen ontdekken Onze cultuurlessen zijn gebaseerd op de didactiek van procesmatig werken, de leerlingen doorlopen hierbij een creatief proces. Zij worden zich bewuster van zichzelf en hun omgeving, en ontdekken op een speelse manier hun creatieve vermogen. Met als kern dat je als leerkracht samen met de leerlingen beleeft, beschouwt, verbeeldt, bedenkt en maakt.
Houdingsdoelen Bij de introductie, oriëntatie en opdrachten worden kennisdoelen en vaardigheidsdoelen benoemd. Onderstaande houdingsdoelen gelden in het algemeen:
De leerling toont zich nieuwsgierig en proactief.
De leerling kan positief-kritisch reflecteren op eigen werk en op dat van anderen.
Overleg en deel je plannen met de ICC’er of je cultuurcoach.
Wij adviseren je het hele project van tevoren door te lezen om je goed voor te bereiden en de mogelijkheden te ontdekken die het project biedt.
Je kunt het lesmateriaal ook downloaden en printen. Gebruik het digibord voor het beeldmateriaal.
Als richtlijn adviseren wij voor het doorlopen van het creatief proces in het hele project zes tot acht lesmomenten in te plannen. Alle projecten hebben een introductie, oriëntatie en drie opdrachten. Je kunt ervoor kiezen het lesmateriaal naar eigen wens aan te passen.
Iedere opdracht heeft dezelfde opbouw: onderzoeken, uitvoeren en presenteren. De reflectievragen kunnen tijdens en na iedere fase van het creatief proces met de individuele leerling of de hele groep besproken worden.
Nodig eens een kunstenaar in de klas uit. Die kan levendig en beeldend over zijn/haar/diens vak vertellen, aansluitend bij dit project. Het gerelateerde aanbod bij dit project vind je op onze site.
Een bezoek aan een voorstelling, tentoonstelling of vaste collectie in een Haagse culturele instelling is ook van grote meerwaarde. Zie VONK voor het actuele aanbod.
Bedenk ook van tevoren bij welke onderdelen je ouders of verzorgers kunt of wilt inschakelen. Het project gaat meer leven als er ook buiten de klas aandacht voor is.
Maak foto’s of filmpjes van de diverse presentatiemomenten en deel deze via de schoolwebsite, klassenapp of andere kanalen.
Projectspecifieke informatie
Over dit project Met het project Onze stad gaan de leerlingen hun omgeving ontdekken en worden zich ervan bewust dat je je omgeving kunt ervaren vanuit verschillende perspectieven. Het project start voor alle leerjaren met het verzamelen van stadse materialen. Deze materialen worden op uiteenlopende manieren ingezet vanuit verschillende kunstdisciplines. In de opeenvolgende fases van het creatief proces experimenteren de leerlingen met schaduwen, bouwen een stad, ordenen op meerdere manieren, bedenken en maken hun fantasiehuis, maken kennis met de verschillende soorten voertuigen in Den Haag, zingen liedjes, luisteren naar en imiteren geluiden uit de stad en spelen situaties uit de stad na. De leerlingen bekijken prentenboeken over de stad en beschouwen werk van kunstenaars. Ze maken kennis met de stad en haar vormen, bewegingen en geluiden. Het project eindigt met een eindpresentatie die op diverse manieren samengesteld kan worden zodat voor publiek zichtbaar en hoorbaar wordt waar de leerlingen binnen het creatief proces in dit interdisciplinaire project aan gewerkt hebben.
Doelen Er worden twee hoofddoelen geformuleerd die specifiek zijn voor het hele project. Dit zijn doelen op het gebied van kennis en vaardigheden. Aan het eind van het project worden deze doelen geëvalueerd met behulp van de succescriteria op het gebied van zelfregulering: de leerling kijkt terug en blikt vooruit.
Reflecteren De reflectievragen bij de verschillende fases van het creatief proces kunnen tijdens en na iedere fase met de individuele leerling of de hele groep besproken worden. Zie ook de hand-out: Rollen van de leerkracht.
Taalonderwijs Wil je woorden uit dit project koppelen aan taalonderwijs? Raadpleeg dan de begrippenlijst.
Algemene benodigdheden Maak gedurende het hele project gebruik van de volgende ruimtes en materialen:
klaslokaal of speellokaal
muziekinstallatie en/of digibord
digitaal foto- en filmtoestel
(kleuren)printer
computer
2. Introductie
Interdisciplinair werken De interdisciplinaire projecten zijn opgebouwd vanuit de fases van het creatieve proces. Er zijn meerdere onderzoeksopdrachten waaruit je met de leerlingen kunt kiezen, die vervolgens leiden naar passende uitvoeropdrachten. De opdrachten richten zich op beeld, beeld, beweging en/of geluid of een combinatie daarvan. In deze projecten wordt gewerkt vanuit verschillende kunstdisciplines. Er wordt een beroep gedaan op het vermogen om buiten de kaders te denken en nieuwe verbindingen te leggen.
Hoofddoel kennis
De leerling legt uit hoe je verschillende materialen, bewegingen en geluiden kunt gebruiken om een eigen stad vorm te geven.
Hoofddoel vaardigheid
De leerling geeft vorm aan een eigen stad in een beeldende vorm, in schaduwspel en in geluid en beweging.
Benodigdheden
doos of bak als ‘Haags Bakkie’
gevonden/verzamelde spullen uit de omgeving
doosjes en potjes waar materialen in bewaard kunnen blijven
Aan de slag in de klas
Samen met de leerlingen verzamel je een ‘Haags bakkie’ met materialen uit de stad, die gedurende het project gebruikt kunnen worden bij verschillende opdrachten.
Het Haags bakkie verzamelen Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit:
Oprapen mag! Bespreek met de leerlingen: Wat is het raarste, mooiste en vieste wat jullie ooit op straat gevonden hebben? Wat zouden jullie graag willen vinden, wat zouden jullie mee willen nemen of juist laten liggen?
Warming-up: kringspel Voordat je er met de leerlingen opuit trekt, kun je de volgende voorbereidende speloefening doen. De leerlingen staan in de kring. Ze doen net alsof ze iets aan elkaar doorgeven: 'Alsjeblieft: een bal/een spin/een snoepje!' De leerlingen pakken de ‘bal’ (etc.) om de beurt over en proberen de vorm zo goed mogelijk vast te houden. Laat hen aan elkaar vertellen wat ze ervan vinden: Is hij mooi? Ben je er blij mee? Is hij vies? Of nat? Gebruik de woorden die de leerlingen kiezen in een kringgesprek.
Toneelspel, improvisatie Twee leerlingen krijgen de volgende opdracht: Jullie lopen samen op straat en zien iets liggen. Wat is het? Durven jullie het te pakken? Zijn jullie nieuwsgierig? Is het vies, leuk, eng, etc.? Laat de leerlingen zelf kiezen hoe ze reageren en welke emoties ze erbij hebben. Bijvoorbeeld: hoe reageren ze als ze een drol, kauwgom of een knuffelbeer vinden op straat? Besteed aandacht aan wat de leerlingen zeggen, aan hun gezichtsuitdrukking en aan hun lichaamshouding.
Naar Buiten Laat nu het (zelfgemaakte) Haagse bakkie zien. Dit kan een doos, kist, etc. zijn. Het bakkie is leeg. Ga met de leerlingen het schoolplein op en de wijk in om allerlei materialen te verzamelen die te vinden zijn in een stadse omgeving. Denk aan natuurlijke en rest-(bouw)materialen. Het is handig om ook afsluitbare potjes of bakjes mee te nemen om bijvoorbeeld te vullen met slootwater, een (water)plantje, bladeren, takjes, schelpen, steentjes, hout, pvc-pijpjes, ijzer, aluminium, plastic, isolatieschuim, etc. Let op dat de leerlingen geen levende diertjes verzamelen. Er mag veel verzameld worden en tijdens het project wordt het bakkie verder aangevuld. NB Het ‘Haags bakkie’ is een introductieopdracht voor alle leerjaren. Je kunt de wijkwandeling dus ook samen met een andere groep doen (bijvoorbeeld groep 7 met groep 2).
3. Oriëntatie
Benodigdheden
vergrootglazen
verzamelde materialen ‘Haags Bakkie’
Aan de slag in de klas
Doorloop de vaste oriëntatie-onderdelen: het filosofisch gesprek en het uitvoeren van de eerste opdracht.
Het filosofisch gesprek In de oriëntatiefase van de les voer je naar aanleiding van de introductie een filosofisch gesprek. Dit is belangrijk voor het creatieve proces. Je kunt het filosofisch gesprek natuurlijk ook tijdens de andere lesonderdelen inzetten. Stel hierbij (een aantal van) onderstaande vragen:
Waar heb je de spullen die in het bakkie zitten gevonden?
Was het moeilijk of gemakkelijk om iets te vinden voor in het bakkie?
Zou je overal zulke dingen kunnen vinden, of alleen hier in de buurt?
Zijn er spullen bij die alleen maar in Den Haag gevonden kunnen worden?
Horen deze spullen bij de stad?
Zit de stad nu in het bakkie?
Ondersteunende vragen:
Kun je dat uitleggen?
Wat bedoel je met …?
Kun je een voorbeeld geven?
Betekent wat je zegt …?
Wat is het verschil tussen … en …?
Denkt iemand daar anders over?
1. Leerlingen onderzoeken de textuur, vorm, kleur en geur van materialen. Verdeel de voorwerpen uit het Haags bakkie over drie tafels en maak drie groepen. De leerlingen rouleren langs de tafels:
De voeltafel De leerlingen ontdekken en benoemen de textuur van de materialen. Ze ordenen de voorwerpen naar textuur, bijvoorbeeld van ruw naar glad en van hard naar zacht.
De kijktafel De leerlingen bekijken de voorwerpen en benoemen hoe ze eruitzien. Ze gebruiken daarbij vergrootglazen. De leerlingen ordenen de voorwerpen naar kleur en/of textuur. Ze groeperen bijvoorbeeld op kleur of van licht naar donker.
De ruiktafel De leerlingen ontdekken de geuren van de voorwerpen en geven hier een naam aan. Bijvoorbeeld: muf, fris, lekker, vies, etc. De leerlingen ordenen de voorwerpen naar het hebben van wel of geen geur.
2. Zing als startmoment voor dit project een aantal keer het liedje In de Haagse stadsbus. Vervang het woord ‘stadsbus’ in de regel 'In de Haagse stadsbus zat een krokodil' steeds door een ander Haags vervoermiddel (stadstram, stadsfiets, stadsstep, stads-tuktuk, stadskoets, etc.). Al zingend maken de leerlingen zo kennis met de verschillende vervoermiddelen.
Bespreek met de leerlingen de opdracht(en): welke onderwerpen gaan zij onderzoeken de komende les of tijd? Formuleer vanuit het filosofisch gesprek en/of de oriëntatie-opdracht, samen met de leerlingen, een succescriterium waaraan zij werken. Een voorbeeld van een succescriterium bij dit project:
De leerling maakt een fantasiehuis, schaduwspel en voert een beweegcompositie uit bij het thema 'stad'.
4. Onderzoeken
De leerlingen gaan eerst hun omgeving onderzoeken: wat is er allemaal te vinden en hoe ziet dat er eigenlijk uit? Daarna maken ze een fantasiehuis en kiezen er een plek bij. Het onderzoek bestaat uit vijf opdrachten. Je kunt ze alle vijf uitvoeren of een keuze maken.
Subdoel kennis
De leerling benoemt begrippen als kleur, materiaal, vorm en textuur.
Subdoel vaardigheid
De leerling maakt een eigen fantasiehuis uit verschillende materialen.
Benodigdheden
de verzamelde voorwerpen
fotocamera/smartphone
materialen uit het Haags bakkie
andere materialen, zoals klei
Aan de slag in de klas
Kies samen met de leerlingen welke van de onderstaande onderzoeksopdrachten jullie willen doen. Dit mogen ook meerdere opdrachten zijn. Gebruik hiervoor onderstaand overzicht met korte omschrijvingen. De keuze voor de uitvoer(opdrachten) komt als vanzelf voort uit het onderzoek dat je met de leerlingen gedaan hebt.
Samen ordenen
De stad in schaduw
Kikker of vogel
Stad, ik hoor je
Ik hoor wat ik zie
De leerlingen onderzoeken stadsmateriaal.
De leerlingen spelen met hun schaduw, bekijken schaduwkunst en maken een schaduw-stad.
De leerlingen gaan perspectief ervaren.
De leerlingen onderscheiden en imiteren stadsgeluiden.
De leerlingen maken passende of afwijkende geluiden bij een film.
Benodigdheden
de verzamelde voorwerpen
fotocamera/smartphone
De leerlingen onderzoeken het verzamelde stadsmateriaal door het te ordenen.
Bekijk met de leerlingen ter inspiratie:
foto’s uit het boek The Art of Clean Up van Ursus Wehrli (2013) op designboom.com
Laat de leerlingen aan de hand van het getoonde werk de verzamelde voorwerpen ordenen. Dat kan op:
materiaalsoort
kleur
vorm
textuur
formaat
natuurlijk/niet-natuurlijk
wat de leerlingen zelf verzinnen
Maak foto’s van de verzamelingen, hang die op in de klas en bespreek de ordeningen. Geef de leerlingen de ruimte om te experimenteren; misschien maken ze op een andere dag weer nieuwe ordeningen.
Benodigdheden
zon of een bouwlamp
materialen uit het klaslokaal
De leerlingen spelen met schaduwen en overlappingen. Met bestaande materialen maken ze een stadse voorstelling. Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit:
Spelen met je schaduw
Onderzoek op een zonnige dag op het schoolplein het maken van schaduwen. Alternatief: gebruik een sterke (bouw)lamp in het speellokaal. Laat de leerlingen eerst vrij spelen en experimenteren met hun schaduw. Laat de leerlingen met hun lijf verschillende voorstellingen in schaduwvorm ontdekken.
Schaduw in de kunst
Bekijk met de leerlingen de volgende voorbeelden van kunstenaars die werken met licht en schaduw:
Onderzoek met de leerlingen de vormen van schaduwen die een stad kunnen voorstellen. Gebruik nu de materialen uit Haags bakkie en vul deze aan met voorwerpen uit de klas, zoals boeken, blokken etc. Maak er eventueel foto’s van. Bespreek na.
Deze opdracht draait om het ervaren en begrijpen van verschillende perspectieven. Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit:
Maak een deel van een stad met bouwmateriaal uit de bouwhoek.
Vertel het volgende verhaaltje van de kikker en de vogel:
'Kom', zei de kikker tegen de vogel, 'ik ga een wandeling maken door de stad'. 'Dat is leuk', zei de vogel, 'dan vlieg ik met je mee.' 'Oh wat zijn die huizen groot en hoog, vind je ook niet?!', riep de kikker naar de vogel. 'Ik vind ze juist erg klein!', riep de vogel die hoog in de lucht boven de stad zweefde, 'ik zie allemaal kleine boompjes en straatjes. Er wonen vast minimensjes. Ik zie platte daken en puntdaken. En heel veel schoorstenen.'
'Ach,' zei de kikker en schudde zijn hoofd, 'maar dat is helemaal niet zo. De straten zijn groot en de pleinen nog groter. En de huizen zijn hoog, zo hoog. Ik zie allemaal deuren, grote deuren. En ik moet heel voorzichtig zijn zodat die grote mensen niet met hun grote voeten boven op me gaan staan.'
Speel het verhaal van de kikker en de vogel na. Bespreek met de leerlingen wat een kikker ziet, wat de vogel ziet en wat zichtbaar is vanuit de vogel en de kikker.
Variatie: Maak eventueel een ‘stad’ met dozen, verpakkingsmateriaal en/of speelmaterialen uit de gymzaal. Laat ruimte voor straten en pleinen over.
Benodigdheden
grote dozen
materiaal uit de gymzaal
Benodigdheden
prentenboek Een dag in de stad van Britta Teckentrup (of link naar afbeelding uit het kijkboek Kijk eens binnen! De stad)
materialen om geluiden mee te maken
De leerlingen onderscheiden en imiteren stadsgeluiden. Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit:
Zoek een plek buiten waar de leerlingen met hun ogen dicht kunnen gaan zitten. Hier gaan ze luisteren naar de geluiden uit de stad. Vertel de leerlingen wie of wat een geluid produceert (mensen, vogels, het verkeer, de wind, etc.). Laat leerlingen de geluiden imiteren met hun stem.
Toon platen uit het prentenboek Een dag in de stad van Britta Teckentrup (De Fontein, 2012). Of toon deze afbeelding van het park uit het kijkboek Kijk eens binnen! De stad uitvergroot op het digibord. Je kunt ook zelf een prentenboek of afbeelding van een straat of stad kiezen.
Bespreek de afbeeldingen en laat de leerlingen stadsgeluiden bedenken bij een aantal afbeeldingen. Denk bij het maken van de geluiden ook aan (combinaties van) de volgende eigenschappen:
hard-zacht
hoog-laag
lang-kort
gezamenlijk geluid - individueel geluid
Zorg voor materialen waarmee de geluiden gemaakt kunnen worden. Verdeel de geluiden onder de leerlingen en vertel het verhaal opnieuw, waarbij de leerlingen het verhaal ‘illustreren’ met hun geluid.
Verzin een verhaal bij de illustraties, gericht op reizen door de stad. Laat de leerlingen individueel of in groepjes bijpassende geluiden maken.
Benodigdheden
telefoon, tablet of ander opnameapparaat
(eventueel) materialen om geluiden te maken
De leerlingen produceren passende of afwijkende geluiden bij een filmpje. Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit:
Laat de leerlingen nu zelf geluiden maken bij het filmpje. Ze gebruiken hierbij materiaal uit de klas of uit het Haags bakkie. Speel het filmpje daarna eventueel nogmaals af met geluid.
Variatie: Maak een kort filmpje van de omgeving van de school. Vertoon het filmpje zonder geluid. De leerlingen bedenken en maken bijpassende geluiden. Dit mag met hun stem, handen en lichaam, met materialen uit het Haags bakkie, of met muziekinstrumenten.
Reflectie subdoelen
Welk materiaal dat je hebt gebruikt, laat zien dat jouw stad fantasie is?
Reflectie proces
Welke materialen die je hebt gevonden en geordend, heb je niet gebruikt voor de stad?
5. Uitvoeren
De leerlingen spelen met schaduwen en overlappingen. Met bestaande materialen maken ze een stadse voorstelling. Verder draait het om het ervaren en begrijpen van verschillende perspectieven. De leerlingen verbeelden ook personen en voertuigen uit de stad door middel van lichaamshouding, gezichtsuitdrukking, beweging en geluid.
Subdoel kennis
De leerling legt uit hoe je met schaduw kunt spelen door verschillende perspectieven en overlappingen.
Subdoel vaardigheid
De leerling beeldt het leven in de stad uit door middel van schaduw.
Kies samen met de leerlingen welke van de onderstaande uitvoeropdrachten jullie willen doen, dit mogen ook meerdere opdrachten zijn. Gebruik hiervoor onderstaand overzicht met korte omschrijvingen.
Mijn huis, mijn plek
De schaduwstad
Dansende stad
De leerlingen maken een fantasiehuis en kiezen een bijbehorende plek.
De leerlingen stellen met schaduwen de contour van een stad samen.
De leerlingen maken een choreografie met bewegingspatronen.
Benodigdheden
zon of een bouwlamp
materialen uit het klaslokaal
grote dozen
materiaal uit de gymzaal
restmaterialen
karton
lijm
plakband
stokjes
Benodigdheden
materialen uit het Haags bakkie
andere materialen, zoals klei
De leerlingen maken een fantasiehuis en kiezen er een plek bij.
Laat de leerlingen vertellen over hoe ze wonen. Laat hen vervolgens fantaseren over hoe ze het liefste zouden willen wonen. Bekijk met de leerlingen ter inspiratie de volgende voorbeelden van kunsthuizen (Google Afbeeldingen) of zoek online naar ‘art houses’ en bekijk een aantal afbeeldingen.
De leerlingen maken hun eigen fantasiehuis. Alle materialen komen in aanmerking.
Benodigdheden
bouwlamp
restmaterialen
karton
lijm
plakband
stokjes
De leerlingen maken met schaduwen de contour van een stad.
Zorg voor een grote tafel vlakbij een muur. Maak hier met de leerlingen een silhouet van een stad. Projecteer met een sterke lamp de schaduwcontour van de skyline van de stad op de muur.
Gebruik hiervoor eventueel de huizen uit de vorige opdracht. Bedenk een verhaaltje over het leven in de stad en maak stokpopjes met mensen, voertuigen of vogels voor een schaduwspel. Maak er ook geluiden bij. Maak een filmpje van de voorstelling om deze later nog een keer te kunnen bekijken.
De leerlingen verbeelden personen en voertuigen uit de stad door middel van lichaamshouding, gezichtsuitdrukking, beweging en geluid.
Gebruik voor deze opdracht een speellokaal of gymzaal. Laat de leerlingen een persoon met een voertuig kiezen. Bijvoorbeeld: een pizzabezorger op een scooter, een chauffeur met een bus, een vader met wandelwagen, of een oud persoon met een rollator.
Laat de leerlingen vrij door de ruimte bewegen. Opdracht: ze mogen niet botsen. Besteed aandacht aan lichaamshouding, gezichtsuitdrukking, geluid en beweging. Je kunt er ook voor kiezen om twee leerlingen personen te laten spelen; twee andere leerlingen spelen voertuigen: en een of twee leerlingen maken bijpassende stadsgeluiden.
Maak een compositie met bewegingspatronen. Gebruik bijvoorbeeld als onderwerp een kruispunt of een rotonde. Bepaal verschillende snelheden en bewegingen, zoals langzaam-snel, soepel-stram en hoekig-rond. Zo ontstaat er een gevarieerde ‘dans’.
Reflectie subdoelen
Wat verandert er aan jouw schaduwfiguur als een vogel naar jouw voorstelling kijkt?
Reflectie proces
Hoe zou je je voelen als je in je eigen schaduwstad zou lopen?
6. Presenteren
In dit project staat het ontwikkelproces centraal en komt het eindproduct op de tweede plaats. De manier van presenteren staat niet vast, hieronder volgt een aantal suggesties. Het is zelfs heel goed mogelijk dat er een presentatievorm ontstaat die niet is omschreven. Luister en kijk naar de kwaliteiten en voorkeuren van de leerlingen en vergeet niet omjouw eigen kwaliteitenin te zetten in het proces.
Maak een ritje door de stad met alle ouders/verzorgers of leerlingen in een zelf gekozen voertuig. Maak hier een echte beleving van.
Maak een verhaal over het leven in de stad, dat door de leerlingen met bewegingen gespeeld kan worden en aan publiek gepresenteerd.
Uit de opdrachten is gebleken in hoeverre de leerlingen het begrip ‘stad’ kennen. Gebruik deze bevindingen om samen een fantastisch Haags straatje vorm te geven op een gezamenlijk verzonnen manier.
Presenteer de uitkomsten van de diverse opdrachten naar eigen inzicht.
Reflectie subdoelen
Welk stadsgeluid paste het beste bij jouw voertuig?
Eindreflectie: zelfregulatie terugkijkend
Waar zou je het liefst willen wonen: in je fantasiehuis, je schaduwstad of je stad die ontstond door geluid en beweging?
Eindreflectie: zelfregulatie vooruitkijkend
Wat zou je nog willen toevoegen aan je zelfgemaakte huis of stad?