14 oktober 2019

Eigenaarschap, verbeelding en samenwerking in één

De COH-projectweek Utopie in groep 8 van basisschool Waalse Louise de Coligny werd eerder beschreven vanuit de beleving van Arzoo (leerling groep 8). Nu is het de beurt aan Özlem, leerkracht van groep 8, om een kijkje te geven in háár ervaring met dit project uit de leerlijn Cultureel Erfgoed.

Een utopische school: passender kan het COH-thema voor de projectweek niet zijn. Momenteel worden de plannen voor de nieuwbouw van basisschool de Waalse Louise de Coligny gemaakt en dat leeft onder de leerlingen. De beperkingen van het huidige gebouw voeden de inspiratie en verbeelding voor het bedenken van een droomschool. Denken in utopieën past perfect bij de belevingswereld van kinderen: ze zijn nog zó vrij in hun gedachten. Hun geloof in mogelijkheden is enorm: bedenk het zo gek en het kan! Met zo’n instelling kán het niet anders dan dat er mooie dingen uit deze projectweek komen…

‘Ik wilde de leerlingen zo min mogelijk sturen; Utopie is hún project’

Een utopische wereld

Om leerlingen mee te nemen in utopische gedachten, begonnen we met een gezamenlijke brainstormsessie: eerst breed, daarna steeds verder inzoomend op hun eigen belevingswereld. Hoe ziet een utopische wereld eruit? Wat betekent dat voor joú en jouw leven? Er kwamen maatschappelijke thema’s naar voren die zelfs leidden tot filosofische gesprekken. Hoe fijn zou het zijn als er geen ziektes en oorlogen meer zijn? Maar als minder mensen ziek worden, sterven er ook minder mensen, terwijl er wél nieuwe baby’s op de wereld geboren worden. Hoe moet dat dan?

Ik heb voor deze brainstormsessie over de ideale wereld ruim de tijd voor genomen, want het duurt even om uit de ‘normale’ gedachtewereld te komen van wat je al kent en weer te dúrven verbeelden. Een veilig klimaat in de klas is hiervoor een vereiste: het mogen uiten wat je denkt. Ik heb de leerlingen extra aangemoedigd, door af en toe te roepen: ‘Is dat gek genoeg, of kunnen we iets verzinnen dat nóg meer absurd is?’. In groep 8 vinden sommige leerlingen dat ze een beetje ‘cool’ moeten zijn; ze hebben dan een extra zetje nodig om te dúrven dromen.

Droomschool

Onze brainstorm ontwikkelde zich van wereldniveau naar schoolniveau, en van een klassikale bespreking naar een individuele opdracht: Hoe ziet jouw ideale school eruit? Zijn er leerkrachten of robots? Heeft de school lokalen en zo ja: hoe zien ze eruit? De leerlingen gingen hiermee zó fanatiek aan de slag, dat ik ze heb moeten stoppen met tekenen en schrijven. In groepjes presenteerden ze vervolgens hun ontwerpen en ideeën aan elkaar om uiteindelijk tot één gezamenlijk groepsontwerp te komen. Deze droomschool gingen ze in 3D bouwen. Samen met de leerlingen verzamelden we allerlei materialen, zoals piepschuim, hout, ijzerdraad, glas, karton en textiel. Ik was verbaasd hoe creatief ze met de materialen omgingen. Van een multomap, tot tandwielen van een fiets: ze zagen overal mogelijkheden in. Belemmeringen waren er amper: als iets niet werkte, pakten ze ander materiaal en probeerden ze het daarmee. Zo transformeerde een ruwe tekening langzaamaan tot een ware 3D-school.

Vrijheid binnen de projectkaders

Ter voorbereiding op de projectweek volgden alle leerkrachten een teamtraining van COH, waar we door de trainer werden meegenomen in de wonderen en mogelijkheden van Cultureel erfgoed. Ook was er alle ruimte om met collega’s te brainstormen hoe we deze projectweek konden aanpakken. De projectbeschrijving van Utopie bood hierbij al een basisstructuur. Ik voelde echter de vrijheid om binnen de kaders zélf keuzes te maken. Zo stonden er in de handleiding suggesties voor relevante filmpjes die getoond konden worden in de klas, maar gaandeweg de conversatie met de kinderen kwamen we op een geheel andere film: Sjakie en de chocoladefabriek. Dat is natuurlijk één grote utopie. We besloten aan het begin van elke dag een stukje te kijken ter inspiratie en reminder: oké, we mogen écht vrij denken! Om deze open mind te blijven stimuleren heb ik me zo min mogelijk met de uitvoering van het gehele project bemoeid. Enkel bij het vormen van de groepjes en het stellen van verdiepende vragen ben ik ertussen gekomen; verder waren ze vrij. Mijn doel hiermee was eigenaarschap, zelfstandigheid en samenwerking te creëren: het is hún project. Hoe meer ik daar tussen ga zitten, hoe meer ik ze ga sturen, en dat wil ik niet.

Betrokkenheid bij andere klassen

Hoe de eindpresentatie van alle klassen eruit gaat zien wordt nog één grote verrassing! Ik heb niet bij de projecten van collega’s gekeken en zij niet bij mij. Aan de ene kant is dat spannend en leuk, aan de andere kant mis je daardoor ook de betrokkenheid bij elkaar en het tussendoor kunnen sparren. Ik zou de volgende projectweek deze kruisbestuiving tussen leerkrachten en klassen wél willen stimuleren. Ik denk dat dit een groter ‘samen-gevoel’ in de school brengt. Bovendien kan je elkaar dan tijdens de projectweek al inspireren en verder op weg helpen!

Özlem Sevindi
Leerkracht groep 8, Basisschool Waalse Louise de Coligny

Meer weten?

Wil jij meer weten over de projecten Utopie van de discipline Cultureel erfgoed? Of ben je benieuwd hoe de leerlijnen en projecten van Cultuuronderwijs op zijn Haags iets voor joúw school kunnen betekenen? Neem contact op met één van onze cultuurcoaches.